De boodschap van Jona
De geschiedenis van Jona is zeer bekend. Het opvallende is dat het boek Jona in de Joodse traditie nauw verbonden is met de Grote verzoendag. En de reden daarvoor vraagt om een nadere toelichting.
Over de profeet Jona zelf weten we vrijwel niets. We komen zijn naam nog eenmaal tegen in het boek Koningen, waardoor duidelijk wordt in welke tijd hij leefde. En dat is alles wat we weten. Opvallend is dat het boek Jona tussen de profeten staat, maar het feitelijk geen profetie is. Het is veel eerder de beschrijving van de geschiedenis van een profeet.
Het boek Jona bestaat uit zeven delen, die eenvoudig te herkennen zijn.
Het begint met Gods roeping van Jona. Hij moet naar Nineve om het oordeel aan te kondigen. Nineve was een grote stad in Assyrië. Op dat moment was Nineve nog niet de hoofdstad van het rijk, maar dat zou het later wel worden. Assyrië was de aartsvijand van Israël. Jona weigert echter. En de reden is duidelijk. Hij kent God en hij is bang dat als de Assyriërs zich bekeren ze ontsnappen aan de gevolgen van hun goddeloosheid. Dat ze er ongestraft mee weg komen. Dus gaat hij op de vlucht. Je kunt je afvragen waarom Jona niet gewoon weigert en blijft zitten waar hij zit. Dat wordt duidelijk uit de Hebreeuwse tekst. Daar staat dat Jona weggaat van voor het aangezicht van God, zoals de tekst letterlijk zegt. Als profeet was hij werkzaam voor het aangezicht van God. En nu wil hij ervandaan. Met andere woorden: hij neemt ontslag. Hij wil niet langer profeet zijn. En Jona gaat exact de andere kant op. Richting Tarsis. Daarmee wordt naar alle waarschijnlijkheid een plaats in het zuiden van Spanje bedoeld. Daar waren handelsrelaties mee. Als je op de kaart van het Midden-Oosten kijkt wordt duidelijk dat Jona exact de verkeerde kant opgaat.
In het tweede deel lezen we dat er een storm uitbreekt en het schip dreigt te vergaan. Het wordt duidelijk dat dit een straf is voor de ongehoorzaamheid van Jona. En Jona legt aan de schippers uit dat hij God dient, en dat Hij het is hemel en aarde gemaakt heeft. We zien dan twee dingen gebeuren. Opmerkelijk genoeg zijn deze veertien woorden voldoende om de schippers tot bekering te brengen. Zij vereren God. Het tweede is dat Jona aanbiedt dat de schippers hem overboord zetten, en met grote aarzeling doen ze dat.
Dan komt het derde deel. Jona verdrinkt niet maar wordt gered door een grote vis. Na drie dagen bidt hij tot God. Hij is tot bezinning gekomen en begint zich tot God te keren. En Jona komt weer aan land omdat de vis hem uitspuugt..
Dan lezen we een vervolg dat voor een groot deel een herhaling is van de eerste helft van dit boek. Opnieuw draagt God aan Jona op om naar Nineve te gaan, en dit keer gaat hij wel. Al krijgen we sterk de indruk dat het niet van harte is. De stad is – zoals er staat – drie dagreizen groot en Jona gaat slechts een dagreis ver de stad in om Gods oordeel te verkondigen. Dit vierde deel van deze geschiedenis loopt dus parallel met het eerste deel, aangezien beide delen de roeping van God beschrijven om naar Nineve te gaan.
Dan naar het volgende deel. Net zoals de schippers zich op basis van een zeer korte preek van Jona bekeerden, zo lezen we nu dat de inwoners van Nineve zich bekeren. Van hoog tot laag, tot de koning zelf toe. Iedereen toont berouw. En zo zien we dat dit vijfde deel parallel loopt aan het tweede deel.
In het derde deel lazen we dat Jona een gebed tot God richt. En dat doet hij in het zesde deel ook. God besluit de stad Nineve niet met Zijn oordeel te treffen en Jona wordt kwaad. Dan bidt hij tot God en geeft aan dat hij wil sterven. We zien het contrast met het parallelle deel in de eerste helft van de geschiedenis. Toen leek het erop dat Jona dood zou gaan vanwege zijn eigen ongehoorzaamheid. Hij heeft het overleefd door Gods ingrijpen. Maar nu wil hij alsnog vroegtijdig dood omdat God de stad Nineve wil sparen. En hij bidt tot God met het verzoek om te mogen sterven.
We zien dus dat de eerste drie delen parallel lopen met de delen vier tot en met zes. Echter, er volgt nog een zevende deel. Jona was namelijk ergens gaan zitten om te zien hoe Nineve gestraft zou gaan worden. En God zorgde voor een wonderboom die hem schaduw gaf. Dat is de Ricinus communis, een plant die ook nu nog veel voorkomt en die erg snel kan groeien. Deze plant heeft opvallend grote bladeren. Jona is blij met de schaduw. Maar net zo snel als deze plant verschijnt gaat hij ook weer dood. En dan wordt Jona opnieuw erg boos op God. Maar God legt uit welke les Hij Jona hiermee wil geven. Voor Jona was de plant van grote waarde, en hij wil zelfs liever dood dan verder leven als deze plant doodgaat. Zou God er dan niet alles aan gelegen zijn om de grote stad Nineve met zijn grote aantal inwoners te redden?
De les van Jona weerklinkt in de synagogen op de Grote Verzoendag als de rabbi's dit boek lezen met als motto ‘Wij zijn Jona'. Op twee manieren wordt er een lijn getrokken vanuit deze geschiedenis naar zichzelf. In de eerste plaats is het de roeping van Israël om de blijde boodschap uit te dragen naar alle volken. Israël had als taak tot zegen te zijn voor alle volken. En daarin is duidelijk zeer tekortgekomen. Maar de geschiedenis van Jona leert ook nog een andere les. Hoe ver men ook van God is afgedwaald, er is altijd een weg terug. En God wil vergeven als men berouw toont. Als Jona boos is omdat God besluit de stad Nineve niet te verwoesten dan horen we Jona zeggen:
Ach HEER, heb ik het niet gezegd toen ik nog thuis was? Daarom wilde ik naar Tarsis vluchten. Ik wist het wel: U bent een God die genadig is en liefdevol, geduldig en trouw, en bereid het onheil af te wenden.
Dit is een opmerkelijke tekst. Na de zonde met de gouden kalf ontmoet Mozes God op de berg Sinaï. En dan maakt God Zich als volgt bekent:
Een God die liefdevol is en genadig, geduldig, trouw en waarachtig, die trouw blijft tot in het duizendste geslacht, die schuld, misdaad en zonde vergeeft.
Het is deze tekst die Jona aanhaalt. Alleen door Gods genade en vergeving wilde Hij het volk naar het beloofde land brengen, ondanks hun zonden. En diezelfde genade is er ook voor de inwoners van Nineve.
Ik heb al aangeven dat deze geschiedenis is opgebouwd uit zeven delen. De eerste helft van het boek bestaat uit drie delen. Deze drie delen lopen parallel met de eerste drie delen uit de tweede helft, deel vier tot en met zes. Maar dan volgt er nog een zevende deel waarin God het gesprek aangaat met Jona. Ook dit is opvallend. In de eerste helft van het boek is Jona ongehoorzaam en wil hij niet luisteren. We zien Gods hand in de storm en in de redding door een grote vis, maar van een communicatie tussen God en Jona is geen sprake. Weliswaar richt Jona een gebed aan God, maar we lezen nergens dat God antwoordt. Dan ontstaat er een nieuwe situatie. Jona gehoorzaamt nu wel. Misschien niet van harte. En hij is ook niet blij met de uitkomst. Maar hij gehoorzaamt wel. En nu zien we dat God wel met Jona communiceert. Zo geeft de opbouw van het boek Jona ons ook te denken. Als we ongehoorzaam zijn kan God ver weg lijken. Maar als we gehoorzaam zijn dan kan het zijn dat we Gods weg niet begrijpen, maar God wil wel het gesprek met ons aangaan.
Bas Krins - augustus 2026