Bas Krins

Bijbelgetrouw christen zijn vandaag.

De vrouw in de christelijke vereniging


1. Inleiding

Zowel in de reformatorische als de evangelische kring wordt veel gediscussieerd over de positie van de vrouw in de gemeente. Het is niet mijn bedoeling om te gaan herhalen wat daar allemaal al over gezegd en geschreven is. Ik wil slechts één argument ter overweging in dit artikel opvoeren. Namelijk de vraag of we niet veel te veel proberen om de huidige manier waarop we onze gemeenten inrichten te projecteren op een aantal Bijbelteksten. Zonder er rekening mee te houden dat de eerste gemeenten veel meer huisgemeenten waren dan gemeenten met een structuur zoals wij die vaak hebben. Maakt dat dan een verschil? In dit artikel wil ik duidelijk maken dat het wel eens een doorslaggevend aandachtspunt kan zijn, dat erg vaak over het hoofd wordt gezien.

 

2. De gemeente als Grieks-Romeinse vereniging

De Romeinen kwamen bij elkaar in verenigingsverband (een collegium). We weten hier veel van door stenen inscripties die in het hele rijk gevonden zijn. De meeste verenigingen hadden met het werk of een bepaalde religieuze cultus te maken.

Het symposium is ontstaan in de 7de eeuw v.Chr. in het Griekse rijk. Alleen mannen waren uitgenodigd. De mannen aten in een andron, een ‘mannenkamer’, waar 7 tot 11 banken stonden. Op elke bank konden één of twee personen liggen. Men at met de hand. Vlees werd van tevoren in kleine stukken gesneden. De enige vrouwen waren de zgn. hetairai, prostituees die gespecialiseerd waren in muziek, dans en cultuur. De symposia (meervoud van symposium) waren een activiteit van de aristocraten. Ze kwamen bij elkaar in een privéhuis. Men dronk na het eten wijn verdund met water, gewoonlijk in een verhouding van twee delen wijn en vijf delen water of één deel wijn en twee delen water. Na het eten en drinken werden er spelletjes gespeeld, geluisterd, muziek gemaakt, gediscussieerd en gezongen. Met name de skolia was populair, waarin een luit werd doorgegeven en elke aanwezig opeenvolgend zong waarbij hij zichzelf begeleidde met de luit.

De Romeinen hadden vergelijkbare symposia. Mannen die bijvoorbeeld hetzelfde beroep uitoefenden, in dezelfde handel zaten, een interesse deelden of dezelfde godheid vereerden kwamen bij elkaar. De deelnemers kwamen uit dezelfde sociale klasse; rijken en armen hadden hun eigen symposia. De gemiddelde groepsgrootte was minder dan 50 leden. De bijeenkomsten waren eens per maand, eens per week of zelfs vaker, en duurden 3 tot 4 uur. Men kwam bij elkaar in eetkamers van de villa’s, maar ook in eetkamers van tempels of in gemeenschapshuizen. Ook de Romeinen lagen op ligbanken (die worden een kline genoemd), net als de Grieken. Deze banken stonden in een U-vorm. Dit werd een triclinium genoemd. Verschil is dat bij de Romeinen ook vrouwen welkom waren tijdens de maaltijd, alleen zaten zij apart van de mannen. Ze waren niet aanwezig bij het programma na de maaltijd. De wijn, verdund met water, werd door de Romeinen tijdens het eten geserveerd en niet pas erna. De mengverhouding moet vergelijkbaar zijn geweest met de Grieken. De schatting is dat het alcoholpercentage na verdunning 3 tot 4% geweest moet zijn.

De gastheer regelde de uitnodigingen. Vaak werden de samenkomsten door de gastheer gesponsord. Hij zorgde dan voor voldoende voedsel. Regelmatig offerde men een dier aan een god. Dat dier werd dan in de tempel geslacht, en het vlees werd teruggegeven aan de eigenaar om opgegeten te worden of verkocht te worden op de markt. Het was ook mogelijk dat de deelnemers aan de bijeenkomst zelf hun eten meenamen (dat werd een eranos genoemd). Of de deelnemers stuurden een mand met levensmiddelen naar de gastheer, voorafgaand aan de bijeenkomst. Gebruikelijker was het om bij te dragen in de vorm van geld. Elke bijeenkomst had ook een zgn. symposiarchos, die verantwoordelijk was voor een ordelijk verloop. Gewoonlijk werd hij door het lot of door een dobbelsteen aangewezen. Hij zorgde voor de juiste mengverhouding van water en wijn, en moest er ook op toezien dat mensen niet te veel dronken.

De bijeenkomsten van de verenigingen verliepen volgens een vast patroon. Men begon met een formele maaltijd (een deipnon). De gastheer gaf de gasten een plaats, en de plaats aan de tafel zei alles over de sociale status van de gast. Daarna wasten slaven de voeten. Door slaven werd vervolgens het eten rondgebracht. Het voedsel was van tevoren in stukjes gesneden zodat men met de handen kon eten. Stukken brood werd gebruikt als servet om het gezicht en de handen te reinigen. Na gebruik werd het brood op de grond gegooid, waar het door honden werd opgegeten. Vrouwen, slaven en kinderen aten elders op banken. Ook kon het zijn dat een vrouw naast haar man zit. Vanaf het midden van de eerste eeuw lezen we dat vrouwen soms ook aanliggen.

Na de maaltijd volgde de potos, een moment waarop een beker met onverdunde wijn deels werd uitgegoten, meestal ergens in het midden van het triclinium, om een godheid (meestal Dionysius of Zeus) te vereren. Vervolgens wordt de beker wijn doorgegeven waaruit de deelnemers na elkaar drinken en de naam van de god uitspreken. Deze procedure kon zich een aantal malen herhalen om bijvoorbeeld ook andere goden te eren. We zien hier nog iets terug van het bij ons bekende verschijnsel van het toosten op iemand.

Daarna volgde vermaak of een filosofische discussie. Dit deel van de samenkomsten wordt het symposium (letterlijk ‘samen drinken’) genoemd. Dit deel van het programma ving aan met het mengen van water en wijn in een grote kruik (de krater). De symposiarchos schenkt vanuit de kruik een beker in, draagt deze op aan de Redder Zeus en giet wat wijn op de vloer of in het vuur. Dan neemt hij een slok uit de beker en laat de beker rondgaan. Ook deze toost kon een aantal malen herhaald worden. Vrouwen waren bij dit deel van de avond slechts zeer zelden aanwezig. En als ze al aanwezig zijn, dan spreken ze niet. Een uitzondering vormden samenkomsten ter ere van een bruiloft. Dan zaten de vrouwen aan een eigen tafel. Voor het vermaak werden soms vrouwen ingehuurd waardoor de samenkomsten eindigde in een orgie. Het vermaak kon ook bestaan uit muziek of poëzie. Ook werd er op elke samenkomst gezongen, gewoonlijk ter ere van een god. Afbeeldingen die gevonden zijn laten zien dat door de overmaat aan wijn de deelnemers geregeld dronken werden, hoewel Romeinse filosofen hier sterk tegen ageerden en de symposiarchos ook erop moest toezien dat niet gebeurde.

 

3. Een christelijk symposium

Alles wijst erop dat de samenkomsten van de christenen in de eerste eeuwen georganiseerd werden als een Grieks-Romeinse maaltijd. De terminologie die we in de Bijbel tegenkomen toont duidelijke verwantschap tussen de christelijke samenkomsten en Romeinse bijeenkomsten. Wel waren er een aantal verschillen. Tijdens de maaltijd werd brood en wijn gedeeld om samen het Avondmaal te vieren. Het eten werd meegenomen door de mensen die bij elkaar kwamen. In tegenstelling tot de Romeinen kwamen de mensen uit alle sociale klassen. De rijke nam wat extra mee, de arme wat minder of misschien wel niets. Maar ook kwam het voor dat de rijke gastheer alles verzorgde. En ongetwijfeld het meest opvallende verschil was dat slaven en vrouwen aan dezelfde tafels zaten als de mannen.

De bijeenkomsten werden gehouden in particuliere huizen. Meestal de huizen van rijkere mensen, maar ook wel in de appartementen, de zgn. insula. Gezien de afmetingen van de huizen kunnen de groepen niet groter geweest zijn dan 40 tot 50 personen.

 

4. Vrouwen in de synagoge

Als we denken aan de plaats van vrouwen in een synagoge, dan hebben we het beeld van vrouwen die op de galerij zitten, apart van de mannen. Vrouwen die geen bijdrage leveren aan de liturgie.

In de eerste eeuw was de situatie echter volledig anders. Vrouwen waren veel meer actief in de samenkomsten. Om een samenkomst te kunnen houden zijn er tien personen nodig. In de eerst eeuw werden vrouwen ook meegeteld. Dat was zo zeker tot 500 n.Chr. Pas later waren er tien mannen nodig voor dit quorum. Uit de Talmoed blijkt dat vrouwen inderdaad regelmatig in de synagoge kwamen.

Archeologisch onderzoek bevestigt dat in de eerste eeuwen mannen en vrouwen niet gescheiden waren in de synagoge. Die scheiding is pas veel later in de geschiedenis ontstaan.

Toch waren mannen en vrouwen niet in alles gelijk. Vrouwen lazen niet uit de Thora.  Dat werd ongepast gevonden.

 

5. Vrouwen op de vereniging

Als Paulus het heeft over de kledingvoorschriften tijdens de samenkomsten dan sluit hij zich aan bij de tradities uit de Romeinse wereld. Mannen uit de elite trokken hun toga over het hoofd bij het leiden van de gebeden of bij het offeren. Als Paulus oproept om het hoofd niet te bedekken dan verzet hij zich tegen deze praktijk. Als hij getrouwde vrouwen oproept om een palla (omslagdoek) dan sluit hij zich aan bij de heersende praktijk. Paulus wil niet dat de buitenstaanders een verkeerd beeld van de christelijke samenkomsten krijgen om onnodige redenen. Dat is ook de reden dat hij alleen tongentaal in de gemeente toestaat als er een vertaling is.

Hoe zit het dan met het gebod aan vrouwen om te zwijgen (1 Kor. 14:34)? Dat kan niet bedoeld zijn als een algemeen verbod, want hij heeft het wel over het profeteren en bidden door vrouwen. Dat mag, mits ze gepast gekleed zijn. Vermoedelijk wordt hier gedoeld op het leren in de samenkomsten. Vrouwen mochten niet met gezag onderwijzen (zie ook 1 Tim. 2:11). En het werd ook ongepast gevonden als een vrouw in het openbaar met een man in discussie ging. Dan kunnen ze beter thuis navraag doen bij hun man. Aan de andere kant zijn er wel aanwijzingen dat vrouwen een samenkomst konden organiseren in hun huis, zoals Lydia. Hoewel dit niet betekent dat deze vrouw dan de leiding heeft over het symposium, de tweede deel van de avond, was dat in de oudheid onder de heidenen wel mogelijk. Er is geen reden om aan te nemen dat in christelijke samenkomsten dat anders was.

Diverse buitenbijbelse bronnen bevestigen dat vrouwen in de eerste eeuwen geen onderwijs gaven en niet het Avondmaal bedienden. Althans niet in de orthodoxe gemeenten. Wel in sommige andere stromingen.

 

6. Slotopmerkingen

Het is opvallend om te zien hoe Paulus soms aangeeft dat het geloof een radicale breuk met de gangbare praktijk van de samenleving betekent, en dat hij op andere punten juist probeert te voorkomen dat er onnodig weerstand tegen christenen ontstaat. Het lijkt erop dat dit laatste het geval is bij de opmerkingen die Paulus maakt over de positie van de vrouw in de gemeente.

Hiermee is nog geen standpunt ingenomen over de positie van de vrouwen in de huidige christelijke gemeenten. Inzicht in de betekenis van de relevante Bijbelse teksten is het begin van de discussie, maar zeker niet het einde als het gaat om dit soort ethische kwesties.

 

Bas Krins – juni 2019

 

Belangrijke bronnen voor dit artikel:

National Geographic History Magazine; Wine, Woman, and Wisdom: The Symposia of Ancient Greece

Simon Jones; De wereld van de vroege kerk

Shmuel Safrai; The place of women in first-century synanogues

R. Alan Streett; Subversive meals

Valeriy Alexadrovich Alikin; The earliest history of the Christian gathering – Origin, development and content of the Christian gathering in the first to third centuries