Vaststelling van de Paasdatum


Het is weer in het nieuws: christenen uit verschillende stromingen proberen overeenstemming te krijgen over een eenduidige Paasdatum. Maar hoe is het mogelijk dat deze datum niet overal hetzelfde is? Een korte inleiding in wat één van de meest ingewikkelde kwesties binnen de kerkelijke traditie blijkt te zijn.

We weten allemaal dat de Joden Pesach vierden op de 14 de Nisan. In Klein-Azië, het huidige west-Turkije, vierden ook christenen het lijden, de kruisdood en de opstanding op de 14de Nisan. Dit betekent dus dat de dag in de week varieerde. Immers, de 14de Nisan wordt vastgesteld op basis van een maankalender en die loopt elk jaar weer anders in vergelijking met de kalender gebaseerd op de zonsomwenteling. Elders, waaronder in Rome, vierde men echter het Pasen op de zondag na de Joodse Pesach. Samengevat ziet dat er als volgt uit.


Joden  

14de Nisan  

christenen in Klein-Azië  

14de Nisan  

christenen elders  

zondag na de 14de Nisan  

De Joden baseerden oorspronkelijk hun kalender op waarnemingen van de nieuwe maan. Daar kwam echter verandering in. Men ging de kalender berekenen. Deze vereenvoudigde berekening gaat uit van gemiddelde posities van zon en maan met cirkelvormige banen en vaste snelheid. Daardoor kon het gebeuren dat de 14de Nisan vóór het begin van de lente viel. Sommige christenen vierden dan Pasen op de zondag na de 14de Nisan, anderen op de zondag na de eerste volle maan na 21 maart. In schema:

Joden  

14de Nisan  

     

christenen in Klein-Azië  

14de Nisan  

     

christenen elders  

zondag na de 14de Nisan  

     

     

zondag na de eerste volle maan na 21 maart  

leidt af en toe tot een andere datum dan vorige rekenmethode  

De macht van de bisschop van Rome nam toe en op het concilie van Nicea in 325 n.Chr., bijeengeroepen door keizer Constantijn de Grote, werd besloten Pasen te vieren op de zondag na de 14 de Nisan. De norm van Nicea is, dat het paasfeest gevierd wordt op de eerste zondag na de eerste volle maan na de voorjaarsequinox. De voorjaarsequinox is het moment dat dag en nacht precies gelijk zijn. Dit moment valt niet altijd op dezelfde dag. In de oudheid was het niet mogelijk om dit moment exact te bepalen. Het concilie gaf geen nauwkeurig voorschrift met betrekking tot de berekeningswijze van deze gegevens, maar legde vast dat Pasen valt op een zondag, de dag van de verrijzenis, en niet op dezelfde dag als waarop Israël het Pesach viert. In dat geval wordt Pasen een week opgeschoven. Doel was om een eenduidige viering van Pasen te hebben. Dat lukte echter niet door onduidelijkheid over de bepaling van de datum van de voorjaarsequinox. In Rome werd hiervoor 18 maart gehanteerd, in Alexandrië 21 maart.

Joden  

14de Nisan  

     

christenen in westen  

zondag na de eerste volle maan na 18 maart  

week later als deze datum samenvalt met Pesach  

christenen in oosten  

zondag na de eerste volle maan na 21 maart  

leidt af en toe tot een andere datum dan vorige rekenmethode; week later als deze datum samenvalt met Pesach  

In de 2de eeuw werden ook de hemelvaart en de uitstorting van de Heilige Geest met Pasen herdacht. In de 3de eeuw werd de hemelvaart op Pinksteren herdacht, de 50ste dag.

In 525 krijgt de monnik Dionysius Exiguus van de paus de opdracht om een jaartelling op te stellen vanaf de geboorte van Christus. Sinds ongeveer 400 werden de jaren geteld vanaf de stichting van de stad Rome. Daarvóór gebruikte men geen jaartelling maar werden de jaren vernoemd naar de twee regerende consuls; zo was bijvoorbeeld 33 het jaar van Servius Galba en Lucius Felix. Deze monnik is ook verantwoordelijk voor het opstellen van de zgn. paastabel. Hierin staan de paasdatums berekend voor de komende jaren. In deze berekening werd uitgegaan van een vast begin van de lente op 21 maart, waardoor de paasdatum kan variëren van 22 maart tot uiterlijk 25 april.

Men hanteerde in die tijd de kalender van Julius Caesar, de zgn. juliaanse kalender, met 365 dagen per jaar en eens in de vier jaar een schrikkeldag. Dit komt redelijk overeen met een zonnecyclus, maar net niet helemaal. In 1582 viel de astronomische lente op 11 maart, en Paus Gregorius XIII heeft toen bepaald dat er tien dagen moesten vervallen. Dit betekende in de praktijk dat op donderdag 4 oktober 1582 vrijdag 15 oktober 1582 is gevolgd. Verder werd de regel ingesteld dat bij eeuwwisselingen er geen schrikkeldag zou zijn, tenzij het getal door 400 deelbaar is. Hiermee is de overeenstemming met de zonsomwenteling verder verbeterd. We noemen deze aangepaste kalender de gregoriaanse kalender.

De Oosters-orthodoxe kerk hadden geen boodschap aan de Paus van Rome, en bleven de Juliaanse kalender hanteren. Dit behoeft enige toelichting. Binnen de wereldwijde kerk hadden de bisschoppen van Rome, Alexandrië en Antiochië een bijzondere positie. Later kwamen daar de bisschoppen van Constantinopel en Jeruzalem bij. De bisschop van Rome had daarbinnen de belangrijkste plaats. In het jaar 330 verhuisde keizer Constantijn de hoofdstad van het Romeinse Rijk van Rome naar Constantinopel, dat daarvoor nog Byzantium heette. Na de dood van deze keizer viel het Romeinse Rijk uiteen in een westelijk en een oostelijk rijk. Aan het einde van de vijfde eeuw viel het westelijke rijk, terwijl het oostelijke rijk nog lang bleef bestaan. Deze politieke ontwikkelingen hadden ook gevolgen voor de situatie in de kerk. Daarnaast ontstonden er theologische verschillen tussen oost en west. Uiteindelijk leidde dat ertoe dat de macht van de bisschop van Rome beperkt bleef tot het westen en het grote oostelijke deel van de christelijke kerk werd bestuurd door de bisschop van Constantinopel. Vanaf het midden van de 11de eeuw was de breuk compleet.

Later hebben een aantal kerken in het oosten alsnog de gregoriaanse kalender aanvaard van de feestdagen met een vaste datum (zoals kerst), terwijl andere nog steeds de juliaanse kalender gebruiken. Er zijn dus oosters-orthodoxe kerken die voor alle feestdagen de juliaanse kalender gebruiken (zoals Jeruzalem, Rusland, Servië), en er zijn oosters-orthodoxe kerken die de gregoriaanse kalender gebruiken voor de feestdagen met een vaste datum (zoals kerst) en de juliaanse kalender voor Pasen en de afgeleide feesten (Hemelvaart, Pinksteren). Bij deze laatste groep horen de kerken van Constantinopel, Alexandrië, Antiochië, Griekenland, Cyprus, Roemenië, Polen en Bulgarije. En er zijn oosters-orthodoxe kerken die alsnog voor alle feestdagen de gregoriaanse kalender zijn gaan gebruiken. De situatie begint al ingewikkelder te worden.

Joden  

14de Nisan  

     

westerse kerk  

zondag na de eerste volle maan na 21 maart  

berekening volgens gregoriaanse kalender  

oosters-orthodox (deels)  

idem  

berekening volgens gregoriaanse kalender  

oosters-orthodox (Jeruzalem, Rusland, Servië, Constantinopel, Alexandrië, Antiochië, Griekenland, Cyprus, Roemenië, Polen, Bulgarije)  

idem  

berekening volgens juliaanse kalender  

Maar ook de kerken in het oosten die de gregoriaanse kalender hanteren, hebben soms een afwijkende paasdatum. Dit is het gevolg van het feit dat bepaald is dat de christelijk paasdatum na de joodse Pesach moet vallen, en in het oosten gebruikt men de juliaanse kalender om de joodse Pesachdatum vast te stellen. De Orthodoxe Kerk heeft overwogen de berekening te hervormen, maar men wilde geen methode invoeren waardoor Pasen vóór Pesach zou kunnen vallen. Daarom heeft men bepaald dat wanneer het volle maan is na Gregoriaans 3 april (= Juliaans 21 maart), Orthodox Pasen dan gelijk valt met Westers Pasen. Is het volle maan na Gregoriaans 21 maart, maar voor Juliaans 21 maart, dan gebruikt de Orthodoxe Kerk de volgende volle maan en valt Pasen 4 weken later dan in het Westen. Ook dan geldt de Pesach-regel, de regel dat Pasen niet gelijk mag vallen met Pesach, waardoor het verschil 5 weken kan worden. Hierbij moet opgemerkt worden dat de omrekening Gregoriaans 3 april = Juliaans 21 maart nu geldt, maar dat in de loop van de tijd het verschil verder uit elkaar zal lopen. Paus Gregorius bepaalde namelijk dat elke honderd jaar geen schrikkeljaar is, behalve als het jaartal door 400 te delen is (zoals recent in 2000). Deze regel wordt niet in de oosterse kerk toegepast, dus het verschil van 13 dagen tussen de twee kalenders was tot 1900 een dag minder en wordt in 2100 een dag meer. En zo is het echt ingewikkeld geworden.

Joden  

14de Nisan  

     

westerse kerk  

zondag na de eerste volle maan na 21 maart  

berekening volgens gregoriaanse kalender  

oosters-orthodox (deels)  

idem  

berekening volgens gregoriaanse kalender  

oosters-orthodox (deels)  

idem  

idem, maar met verschuiving naar volgende volle maan als Pasen vóór Pesach volgens juliaanse kalender valt; week later als deze datum samenvalt met Pesach  

oosters-orthodox (Jeruzalem,   Rusland, Servië, Constantinopel, Alexandrië, Antiochië, Griekenland, Cyprus, Roemenië, Polen, Bulgarije)  

idem

berekening volgens juliaanse kalender  

Het valt te bezien of het ooit zal lukken om uiteindelijk weer als christenen op één en dezelfde datum het Paasfeest te vieren.


Bas Krins

maart 2017