Bas Krins

Bijbelgetrouw christen zijn vandaag.

De populaire kerk


1. Inleiding

In 2 Kor. 2:17 staat een opvallende tekst. Deze tekst wordt hieronder in een aantal vertalingen weergegeven:

Want wij zijn niet als zovelen, die winst maken uit het woord van God, maar wij spreken in ​Christus​ uit zuivere bedoelingen, ja, op gezag van God en voor Gods aangezicht (NBG)

Wij zijn niet als zoveel anderen, die aan het woord van God willen verdienen; wij spreken erover in alle oprechtheid, in opdracht van God, ten overstaan van hem en in eenheid met ​Christus (NBV)

Want wij zijn niet als zovelen, die handeldrijven met het Woord van God, maar als in oprechtheid, maar als vanuit God, voor Gods aangezicht, spreken wij het in ​Christus (HSV)

Het woord ‘kapeleuo’ dat Paulus hier gebruikt is niet eenvoudig te vertalen. Het duidt op handel drijven, maar heeft vaak een negatieve klank. Dan gaat het om oneerlijke handel, om iets anders voor doen dan het is om er zelf beter van te worden. Het is duidelijk dat Paulus zich hier richt op zijn tegenstanders in Korinthe. Maar wat bedoelt hij?

  

2. Paulus als spreker

In de tweede helft van 2 Kor. 2:17 heeft Paulus het over het feit dat hij oprecht, zonder onzuivere bijbedoelingen, spreekt. Kennelijk was dat anders wat betreft de tegenstanders van Paulus. Maar juist als het gaat om het spreken van Paulus komen we in het vervolg van de brief een aantal opmerkelijke uitspraken tegen. Want Paulus was helemaal een goede spreker. Integendeel. Zijn uiterlijk had hij niet mee, hij was schuchter en een slechte spreker. Dat zien we in de volgende verzen:

2 Kor. 5:12 We bevelen onszelf niet opnieuw aan, maar geven u de mogelijkheid trots op ons te zijn, zodat u zich kunt verdedigen tegen wie zich op uiterlijke zaken laat voorstaan in plaats van op innerlijke. 

2 Kor. 10:1 Ik, ​Paulus, die me volgens zeggen zo bedeesd gedraag wanneer ik bij u ben en alleen uit de verte flink tegen u doe, ik wil u bij de zachtmoedigheid en mildheid van ​Christus​ iets vragen: 

2 Kor. 10:10 Er zijn er namelijk die zeggen: ‘In zijn brieven slaat hij weliswaar een gewichtige en imponerende toon aan, maar zijn persoonlijk optreden is zwak en wat hij zegt heeft weinig te betekenen.’

2 Kor. 11:6 Ook al ontbreekt het mij aan welsprekendheid, kennis bezit ik genoeg. 

2 Kor. 12:11 Want ik mag dan onbeduidend zijn, ik doe toch echt niet onder voor die geweldige ​apostelen. 

Tussen de regels door begrijpen we dat de tegenstanders wat de uiterlijke kant betreft wel goed voor de dag kwamen. Maar dat ze ondertussen een dwaalleer brachten.

 

3. Welsprekende dwaalleraars

We weten niet veel over de dwaalleraars uit Korinthe. We moeten een beetje tussen de regels door lezen in de brieven die Paulus aan deze gemeente gestuurd heeft. Het wordt in elk geval duidelijk dat de dwaalleraars openlijk het gezag van Paulus ter discussie stelden. En daarbij het gebrek aan welsprekendheid van Paulus als argument aanvoerden. Hieruit kunnen we concluderen dat naar alle waarschijnlijkheid deze dwaalleraars wel goede sprekers waren. Maar ondertussen de verkondiging van het Evangelie gebruikten ten voordele van henzelf.

 

3. Toepassing

Op basis van deze teksten kunnen we niet stellen dat welsprekendheid als zodanig onjuist is. Of dat alle boodschappers van God wel slechte sprekers zullen zijn. Maar deze teksten nodigen wel uit om onszelf af te vragen: Wat is belangrijker? Een boodschap in de gemeente waarin Jezus Christus tot ons spreekt of uiterlijk vertoon? Ik ga ervan uit dat de meesten zullen zeggen dat het om de boodschap van God moet gaan. En de rest bijzaak is. Maar wat zien we in de praktijk?

1. Binnen een deel van de evangelische beweging is er zeer veel aandacht voor de uitvoering van de kerkdienst. De hele dienst wordt uitgevoerd als een strak geregisseerde theatershow. Deelnemers aan het muziekteam worden met zorg geselecteerd. En door zaken als aftellen aan het begin van de dienst en applaudisseren tijdens de dienst wordt het beeld van een show nog eens versterkt.

2. Regelmatig kom ik in aanraking met preken waarin de voorganger een boodschap brengt en de Bijbel er dan met de haren bijsleept, vaak door kriskras teksten in ogenschijnlijk willekeurige volgorde te citeren, volledig voorbijgaand aan de betekenis van de tekst in het oorspronkelijke verband. Niet een tekst of thema uit de Bijbel staat dan centraal maar de boodschap die de spreker zelf wil brengen.

3. Als theoloog valt het mij op dat vaak in preken (en boeken) dingen worden gezegd die gewoon feitelijk niet kloppen. Dan heb ik het niet over dingen waarover gelovigen van mening verschillen, maar dingen die gewoon objectief niet correct zijn. Als ik de lijst met bekende sprekers in evangelisch Nederland overzie dan lijkt het alsof zaken als spreekvaardigheid veel belangrijker zijn dan een theologische achtergrond. Daarmee wil ik niet zeggen dat een academische theologische opleiding per definitie de garantie is een goede spreker te worden, of dat er geen goede sprekers zijn zonder deze opleiding, maar ik maak mij wel grote zorgen over het feit dat geregeld onjuiste dingen met grote stelligheid worden beweerd.

 

4. Dwaalleer

Is er sprake van een dwaalleer? Niet per definitie. Onjuiste Bijbeluitleg is nog geen dwaalleer. Maar het risico is wel groot. Mijn angst is dat de wens van bepaalde evangelische gemeenten om erg groot te worden ertoe kan leiden zoveel aandacht te hebben voor de aantrekkelijkheid van de samenkomsten dat de aandacht voor het brengen van een boodschap die daadwerkelijk op de Bijbel is gebaseerd in het gedrang komt. Mijn zorg is de zorg van Paulus die het als volgt verwoordt:

2 Tim. 4:3 Want er zal een tijd komen dat zij de gezonde leer niet zullen verdragen, maar dat zij zullen zoeken wat het gehoor streelt, en voor zichzelf leraars zullen verzamelen overeenkomstig hun eigen begeerten.

 

Bas Krins - april 2020