Preek over psalm 62 (nieuwjaarsochtend)

Lezen: Psalm 62

Een psalm die begint over ‘stilte’ is zo kort na een luidruchtige jaarwisseling met veel vuurwerk misschien wel heel toepasselijk.
Lawaai en knallen tijdens de jaarwisseling werd oorspronkelijk door de Germanen toegepast om de kwade geesten te verjagen. Zo rond de periode waarin de zon dreigde te verdwijnen werden kwade geesten verjaagd, de goede geesten van overledenen opgeroepen en aan de goden geofferd om een vruchtbaar jaar af te roepen.
Vuurwerk als teken van angst, van afweer van kwade geesten. We kunnen er om glimlachen. Maar het geeft wel aan hoe anders onze God is. Eerbiedig gezegd: om aandacht van God te krijgen voor onze problemen moeten we niet roepen, of schreeuwen, of wat dan ook maar, maar dan is het recept: stil zijn. Stil zijn, om te luisteren naar wat God ons te zeggen heeft.

Aan het begin van het jaar willen we stilstaan bij een psalm van David. Een psalm waarin hij zijn vertrouwen in God uitspreekt. We lezen het in vers 2 en 3:
‘Waarlijk, mijn ziel keert zich stil tot God, van Hem is mijn heil; waarlijk, Hij is mijn rots en mijn heil, mijn burcht, ik zal niet te zeer wankelen’.
Als we het vervolg van de psalm lezen, dan is duidelijk dat David wijst op de vele vijanden die op hem afstormen. David voelt zich bedreigd. Maar hij weet, dat deze vijanden hem niet zullen overmeesteren. Want David vertrouwt op God. David legt zijn lot in de handen van God. Van Hem is zijn heil. De beelden van een rots en een burcht duiden op vastheid. Op stevigheid. Onoverwinnelijkheid. Daar wijst David op. Niet omdat hij zo zeker is van zijn geloof, maar omdat hij zeker is van God. Op Hem stelt hij zijn vertrouwen. God zal hem overeind houden. De vijanden kunnen aanstormen op David. De vijanden kunnen met liegen en vloeken proberen David omver te werpen. Maar God is met David en Hij zal hem niet laten vallen.

Als wij dit zo horen, dan kunnen we wel eens jaloers worden op David. Was ons geloof maar altijd zo zeker. Konden wij maar altijd zeggen dat we niet zullen wankelen. Konden wij maar eens vol vertrouwen zeggen dat God ons nabij is, als om ons heen alles instort. Zo kunnen we met zorg naar het jaar dat voor ons ligt uitzien. Wat zal er op ons afkomen? Wat staat ons te wachten? De economie trekt misschien wel iets aan, maar de werkloosheid neemt wellicht niet af. Hoe zal het gaan met mijn baan? Hoe zal het gaan met onze gezondheid? En zo zijn er tal van zaken die maken dat we met zorg naar de toekomst kunnen kijken. Hadden we maar het geloof van David. Het geloof dat ons niets kan overkomen.

Maar dan moeten we wel verder lezen in deze psalm. Want ook David weet dat het lang niet altijd even eenvoudig is. Dat het niet altijd vanzelf gaat. En daarom lezen we vergelijkbare woorden opnieuw. Maar nu geformuleerd als een gebed in vers 6:
‘Waarlijk, mijn ziel, keer u stil tot God, want van Hem is mijn verwachting; waarlijk, Hij is mijn rots en mijn heil, mijn burcht, ik zal niet wankelen’.
Hier is het alsof hij zichzelf aanspoort. Alsof hij weer even zichzelf tot de orde moet roepen. Mijn ziel, keer u stil tot God.
Voor ons is dat heel herkenbaar. Momenten dat je op de hoogtepunten van je geloof staat, en uitroept: ik vertrouw op God alleen, worden afgewisseld door momenten dat je uit het veld wordt geslagen door de omstandigheden en uitroept: Here, geef mij vertrouwen. Leer mijn vertrouwen op u te stellen. Daarom is het ook goed om met elkaar gemeente te zijn. Zodat we elkaar kunnen aansporen om ons vertrouwen op God te stellen wanneer het moeilijk is. Want de belijdenis: ‘mijn ziel keert zich stil tot God’ ligt soms heel dicht bij het gebed ‘mijn ziel, keer u stil tot God’. En dan is het goed te weten dat er anderen zijn die om je heen staan.

Als we verder lezen dan valt op dat vertrouwen iets anders is dan een laatst red-middel achter de hand hebben. Als een soort verzekering. Als een vangnet voor noodgevallen. Nee, het gaat om een levenshouding, een levensstijl. Vandaar dat David het volk ook oproept om het hart uit te storten voor het aangezicht van God. David zegt hier niet: als je het echt niet meer weet, weet dan dat je je hart kunt uitstorten. Nee, David roept op om altijd ons leven te delen met God.
Als David het volk oproept om op God te vertrouwen, dan roept hij in één adem hetzelfde volk ook op om het hart voor Hem uit te storten. Vertrouwen betekent ook: in vertrouwen nemen. Op God vertrouwen, betekent ook dat we God in vertrouwen nemen bij alles wat ons bezig houdt. Waar we tegen op zien. Waar we ons zorgen over maken. Onze vreugde en verdriet. Bemoedigingen en teleurstellingen. Vandaar dat het gebed een machtig wapen is. Want in het gebed mogen we God in vertrouwen nemen in alles wat er in ons omgaat. Zodat we weten dat we op Hem kunnen vertrouwen. En we ons heil van Hem kunnen verwachten. Het is toch geweldig om te weten dat niets te klein of te groot is voor onze Vader in de hemel? Dat we alles in het gebed voor Hem kunnen uitstorten. En Hij naar ons wil luisteren. Laat deze psalm dan ook voor ons een aanmoediging zijn om nog meer daad-werkelijk alles wat in ons omgaat te delen met God.

Opvallend is de lijst die David noemt van zaken waarop we vooral niet ons vertrouwen moeten zette. De aanzienlijken van deze wereld stellen in Gods ogen niets voor. Verdrukking, diefstal, vermogen, het biedt geen houvast.
Het zijn woorden die ons waarschijnlijk bekend in de oren klinken. Maar die in de praktijk nog lang niet zo eenvoudig zijn. Want zeg nu zelf. Als het tegenzit, dan zijn we toch geneigd om onze vastigheden in de eerste plaats wél te zoeken in de dingen buiten God om? De verzekering. De uitkering. De artsen. Het ziekenhuis. Het lijkt wel in ons bloed te zitten. Telkens weer zijn we geneigd om het in eerste instantie te verwachten van aardse zaken. Natuurlijk, we mogen alle middelen die er zijn met dankbaarheid gebruiken. Het gaat erom dat we ons vertrouwen daar uiteindelijk niet op zetten. Ons vertrouwen moeten we richten op God. Hij is ons heil, Hij is onze burcht, Hij is onze rots.

Jezus Christus heeft Zijn leven voor ons overgehad. Dat mogen we zondag aan zondag horen. En zoals Paulus het zegt: Hoe zal Hij, die zelfs Zijn eigen Zoon niet gespaard, maar voor ons allen overgegeven heeft, ons met Hem ook niet alle dingen schenken? God wil ook in alle kleine dingen voor ons zorgen.
Afgelopen week kreeg ik een boek met een achttal verhalen van mensen die hun leven in Nederland opgaven om hun roeping te volgen. In Thailand, Bolivia, Borneo, Cambodja, Mongolië, Haïti, Oekraïne. Indrukwekkende verhalen over mensen die alle zekerheden opgaven om het Evangelie te verkondigen en hulp te verlenen op plekken op deze wereld die heel wat minder comfortabel zijn. Zonder de zekerheden van een vast inkomen, een pensioen, gezondheidszorg. U kent vast ook wel van die verhalen. En ik neem aan dat we allen geloven dat God inderdaad voor mensen wil zorgen die hun leven op deze wijze aan de Heer geven.
Maar weet u, voor ons is dat niet anders. Alleen, de verleiding om te vertrouwen op onze welvaart en op alle voorzieningen is hier veel groter. De verleiding is groot om het eerst te verwachten van de overheid, de artsen, of wat dan ook maar, en dan pas als een laatst redmiddel het van God te verwachten. Maar wat God van ons vraagt hier in Emmen is niet anders dat wat God vraagt van een zendeling ver weg.
Wat God voor ons hier wil doen, is niet anders dan in Thailand. De duistere machten om ons heen zijn in Thailand niet anders dan in Emmen. Het is dezelfde God die met Zijn liefde naar ons toekomt. Die ons vraagt ons hart aan Hem te geven. En het is dezelfde vijand die ons van Hem af wil trekken. Natuurlijk, in een land als Thailand is het allemaal misschien wat duidelijker zichtbaar. Terwijl bij ons in Emmen het zo eenvoudig is geworden om anoniem christen te zijn. Zondags naar de kerk, af en toe naar een gemeentebijeenkomst, en verder volledig anoniem als christen in de maatschappij te staan.

David geeft ons een richtlijn mee waar we het jaar dat voor ons ligt mee kunnen leven. Het eerste punt is: wees stil. Stop met alle bezwaren, bedenkingen, alle ja-maars. Alle redeneringen, alles wat me maar verzinnen om vooral niet ons leven uit handen te willen geven. In het Hebreeuws staat nog duidelijker dan in onze vertaling zoiets als: houd je mond dicht. Dat is de eerste tip.
Het tweede is: stort je hart uit voor de Heer. Betrek Hem in alles wat je doet. Je moeiten, je zorgen, je vragen, maar ook je vreugde. Betrek God in alles wat je doet.
Het derde is: vertrouw niet op allerlei aardse zaken. Hoezeer die verleiding ook heel groot kan zijn, vertrouw uitsluitend op God.

God vraagt van ons dat we Hem in vertrouwen nemen. Dat we elke dag ons leven in Zijn hand leggen. En dan mogen we weten dat wat ons ook maar zal overkomen, God ons nabij is. Dat we op Hem kunnen bouwen. Dat is wat David bedoeld met zijn laatste zin: God zal een ieder vergelden naar zijn werk. Als we in alles het van God verwachten, dan zal Hij dat vertrouwen niet beschamen.

In dat vertrouwen mogen we het nieuwe jaar ingaan. In de wetenschap dat wat ons ook maar staat te gebeuren, we het nooit zonder God hoeven te doen.


Amen