Gods antwoord aan Job


We kennen de geschiedenis van Job. Een man die rechtschapen en onberispelijk was. En rijk. En dan raakt hij zijn veestapel kwijt. En zijn tien kinderen. En vervolgens wordt hij ook nog eens ziek; zijn lichaam raakt vol met zweren. Vervolgens komen drie vrienden van Job hem opzoeken. Nadat ze een week lang niets kunnen zeggen barsten ze los. Om de beurt hebben ze één en dezelfde boodschap: Job wordt door God gestraft omdat hij kennelijk zonden tegen God heeft begaan. Als Job zijn zonden belijdt, dan zal het hem weer goed gaan. En Job? Hij roept tot God. En heeft heel veel vragen. Heb ik gezondigd? Waarom hebt U mij tot mikpunt gekozen? Wilt U mij verdelgen? Waarom hebt U mij ter wereld laten komen? Waarom behandelt U mij als Uw vijand? Bewaart God de ellende voor Zijn kinderen? Job roept tot God dat Hij een rechtszaak zou willen hebben waarin hij zijn zaak zou kunnen bepleiten. Maar die rechtszaak komt er niet, want hij weet niet waar hij God kan vinden. Job stelt wel 60 vragen aan God. Nadat een vierde vriend aan het woord is geweest, en alle vrienden uitgesproken zijn, geeft God antwoord. En dat antwoord is opmerkelijk. 
We zouden verwachten dat God nu weleens duidelijkheid zou geven. Zou aangeven dat de vrienden ongelijk hebben. Dat Job niet vanwege zijn zonden dit lijden moet ondergaan. Maar wat er zien is dat in plaats daarvan Job ongeveer 60 vragen van God krijgt. Vragen waarin Hij wijst op de natuur. God wijst Job erop dat Hij de natuur heeft geschapen. De sneeuw, de wind, donder, bliksem en regen, en ijs. De sterren aan de hemel. Het is alles Gods werk. Maar de lijst van voorbeelden die God noemt bevat ook een aantal opmerkelijk voorbeelden. De wilde stier, die zeer sterk is maar die niet ingezet kan worden voor de landbouw omdat hij niet te temmen is. De domme struisvogel, die haar eieren ergens neerlegt en achterlaat waar anderen ze kunnen vertrappen. En de gier die wacht totdat er slachtoffers zijn om hun bloed te drinken. De opsomming wordt afgesloten met de beschrijving van twee machtige dieren, de Behemoth en de Leviathan (in verschillende vertalingen ten onrechte weergegeven met nijlpaard en krokodil). Dieren die tot de grootste en indrukwekkendste dieren behoren die Job gekend moet hebben. Het is niet moeilijk om Gods macht te zien in die geweldige dieren. Maar in Gods natuur zien we ook de wilde stier die niet te temmen is, de domme struisvogel, de bloeddorstige gier. En de boodschap is duidelijk. Weliswaar begrijpen we niet alles, het loopt God niet uit de hand. En Job erkent dat: ‘Eerder had ik slechts over u gehoord, maar nu heb ik u met eigen ogen aanschouwd’. Job krijgt geen pasklaar antwoord op de vraag waarom hem dit lijden moest overkomen. Wat God zeggen wil is dat Job erop moet vertrouwen dat het God niet uit de hand loopt. Dat Job op Hem moet vertrouwen.
En dat is ook voor ons een belangrijke boodschap. We krijgen niet altijd een antwoord op de vraag waarom we lijden moeten ervaren. Maar wel worden we opgeroepen om erop te vertrouwen dat het God niet uit de hand loopt. Net zoals de natuur veel raadsels kan hebben, kunnen we ook in ons eigen leven veel vragen tegenkomen. Maar zoals God ervoor gezorgd heeft dat de natuur functioneert, zo mogen ook wij erop vertrouwen dat het in ons leven God niet uit de hand loopt.


Bas Krins – juli 2016