Het groene paard

In Openb. 6 lezen we hoe het openen van de eerste vier zegels van de boekrol vergezeld gaat van de verschijning van een paard. Het onderwerp van dit artikel is de kleur van het vierde paard.

De eerste drie paarden zijn wit, rood (NBG: rossig, NBV: vuurrood) en zwart. De kleur van het vierde paard lijkt minder duidelijk te zijn: vaal (SV, NBG), vaalgeel (NBV), grauw (HSV). In de Griekse vertaling, de Septuaginta, worden de volgende kleuren vermeld. Het eerste paard is wit (Grieks: ‘leukos’). De kleur van het tweede paard is ‘purros’, wat ‘rood’ betekent. De omschrijving met ‘vuurrood’ in de NBV is goed gekozen, omdat het woord is afgeleid van ‘pur’ wat ‘vuur’ betekent. De vertaling met ‘rossig’ in de NBG lijkt ingegeven te zijn door het feit dat er geen vuurrode paarden bestaan. Het derde paard is zwart (Grieks: ‘melas’). En het vierde paard heeft als kleur ‘chloros’. Dit woord komt vier keer voor in het Nieuwe Testament. De eerst keer is bij de vertelling van de wonderbare spijziging met de vijf broden en twee vissen: ‘Hij zei tegen hen dat ze de mensen opdracht moesten geven om in groepen in het groene gras te gaan zitten’ (Mark. 6:39). Daarnaast nog twee keer in de Openbaring aan Johannes. Bij het blazen van de eerste bazuin lezen we: ‘Toen blies de eerste engel op zijn bazuin. Er kwam hagel en vuur, gemengd met bloed, en dat werd op de aarde geworpen. Een derde deel van de aarde brandde af, evenals een derde deel van de bomen en al het groen’ (Openb. 8:7). En bij de vijfde bazuin: ‘Maar, werd erbij gezegd, ze moesten de planten, struiken en bomen ongemoeid laten. Alleen de mensen die niet het zegel van God op hun voorhoofd hadden, mochten ze kwaad doen’ (Openb. 9:4). Hier staat in het Grieks voor ‘struiken’ letterlijk ‘groene dingen’. Het NBG heeft ‘gewas’. Nog dichter bij de grondtekst staan de SV met ‘groen’ of de HSV met ‘groene plant’. De vierde keer dat het woord ‘chloros’ gebruikt wordt is bij de beschrijving van het vierde paard. Dus van de vier keer dat het woord wordt gebruikt is drie keer duidelijk ‘groen’ bedoeld. En de vierde keer kiezen vrijwel alle vertalingen niet voor ‘groen’ maar voor een andere kleur: ‘vaal’, ‘vaalgroen’, ‘grauw’, of iets dergelijks. Vanuit antieke Griekse teksten weten we dat het woord ‘chloros’ inderdaad deze betekenis kan hebben. Maar wat zijn de overwegingen om hier deze vertaling te kiezen? En, is dat terecht? We zullen de verschillende argumenten langslopen.

Het eerste argument dat gebruikt wordt is dat er geen groene paarden bestaan. Dit argument leidt er mede toe dat men de kleur van het tweede paard vertaalt als ‘rossig’ in plaats van ‘rood’. Gezien alle draken en meerkoppige monsters die Johannes in zijn visioenen ziet kan daar ook nog wel een rood en een groen paard bij. Dit argument is dus weinig overtuigend.

Een ander argument wordt gezien in de betekenis van de paarden. Degene die op het eerste, witte paard zit trekt uit om te overwinnen. De berijder van het tweede, rode paard veroorzaakt een slachting. De ruiter op het derde, zwarte paard kondigt een hongersnood aan. En op het vierde, groene paard zit de dood. Hij, en het dodenrijk dat hem volgt, krijgen macht om te doden met het zwaard, de honger, de dood en de wilde dieren. Nu komt de vraag op of de kleur van het paard een relatie heeft met de ramp die door de berijder veroorzaakt wordt. Een slachting kan eenvoudig geassocieerd worden met de kleur rood. Overwinning en de kleur wit passen ook wel bij elkaar. Hongersnood en zwart wordt echter al lastiger. Daar is enige fantasie voor nodig. Bij de dood, zoals beschreven bij het vierde paard, past wellicht eerder een lijkkleur dan groen. Dit heeft zeker een rol gespeeld bij de gebruikelijke vertalingen.

De vier paarden uit de Openbaring aan Johannes hebben een duidelijke relatie met de vier paarden uit Zacharia 6. Ook in Zacharia hebben de paarden verschillende kleuren. Zijn dit dezelfde kleuren? Het eerste paard heeft als kleur ‘adom’. In de Griekse vertaling van de Septuaginta staat hier ‘purros’. Dit paard is rood van kleur. Het tweede paard is zwart (Hebreeuws ‘sjachod’, Grieks ‘melas’). En de kleur van het derde paard is ook duidelijk: wit (Hebreeuws ‘laban’, Grieks ‘leukos’). De kleur van het vierde paard is echter minder duidelijk. In het Hebreeuws staat hier ‘barod amots’ en in het Grieks ‘poikilos psaros’. ‘Barod’ betekent gevlekt, ‘poikilos’ betekent bont, meerkleurig, gevlekt en ‘psaros’ betekent gevlekt, grijsgevlekt, askleurig. De betekenis van het woord ‘amots’ is onduidelijk. Veel vertalingen kiezen voor ‘sterk’ en laten dit slaan op alle paarden of alleen het vierde paard. Zo leest de NBG: ‘Voor de eerste wagen stonden rode paarden, voor de tweede zwarte, voor de derde witte en voor de vierde gevlekte; sterke paarden’. En de NBV: ‘Voor de eerste wagen waren voskleurige paarden gespannen, voor de tweede zwarte, voor de derde witte en voor de vierde gevlekte. Het waren sterke paarden’. Het is echter een verlegenheidsvertaling; vermoedelijk duidt ‘amots’ toch op een kleur. Men denkt dat de betekenis ‘gevlekt’ kan zijn.
Algemeen wordt aangenomen dat de vier paarden uit Zacharia 6 een relatie hebben met de paarden uit Zacharia 1. Daar worden drie kleuren genoemd. De eerste is rood en de derde wit. De tweede kleur is in het Hebreeuws ‘saroq’ en in het Grieks ‘psaros (en) poikilos’, dus gelijk aan het vierde paard in Zacharia 6. Het Hebreeuwse woord ‘saroq’ betekent zoiets als roodachtig, bruin, bruin gevlekt.
Als we de kleuren van de vier paarden uit Openb. 6 vergelijken met de vier paarden uit Zach. 6, dan is duidelijk dat drie kleuren overeenkomen, namelijk rood, zwart en wit. De kleur van het vierde paard is echter duidelijk verschillend. Dit betekent dat de tekst uit Zach. 6 ons niet kan helpen om duidelijk te krijgen welke kleur het vierde paard in Openb. 6 gehad heeft.

In de Griekse vertaling van het Oude Testament, de Septuaginta, wordt 16 maal het woord ‘chloros’ gebruikt. In alle gevallen is de vertaling ‘groen’, ‘gewas’, ‘groente’, ‘het groene’ of iets dergelijks. De Openbaring aan Johannes maakt zeer veel gebruik van het Oude Testament, en het ligt niet voor de hand dat Johannes het woord ‘chloros’ gebruikt zou hebben als hij iets anders dan ‘groen’ zou hebben bedoeld.

Er is nog een andere overweging. In de oudheid werden de kleuren wit, zwart, rood en groen gezien als de vier basiskleuren. Dit wordt bijvoorbeeld beschreven door Theophrastus die leefde van plm. 371 tot plm. 287 v.Chr. (Theophr. Sens. 13, 73-75). Dus misschien hebben de kleuren van de paarden helemaal geen symbolische betekenis. Ook in Zacharia is er geen relatie tussen de kleur van het paard en hun uitwerking. Het is zeker denkbaar dat de kleuren van de paarden in de Openbaring aan Johannes geen speciale betekenis hebben. In dat geval is het heel goed mogelijk dat de vier paarden die Johannes heeft gezien gewoon de vier basiskleuren hadden. Zonder bijbedoelingen.


Bas Krins
december 2015