Vervulling van de najaarsfeesten


Inleiding

In Lev. 23 worden de heilige feesten opgesomd. Het zijn achtereenvolgens de sabbat, Pesach en het Feest van de ongezuurde broden, het Feest van de eerstelingen, het Wekenfeest, de eerste dag van de zevende maand (Dag van de bazuin), de Grote verzoendag en de eerste en achtste dag van het Loofhuttenfeest. In Num. 28 en 29 vinden we veel geboden over de offers die gebracht moesten worden tijdens deze feesten.

De sabbat was een wekelijks terugkerende rustdag. De andere heilige feesten keren jaarlijks terug. Een aantal feesten waren verbonden met het herdenken van de Uittocht uit Egypte, andere feesten waren oogstfeesten en tot slot waren er feesten van verootmoediging.

De vervulling van de voorjaarsfeesten - Pesach, Feest van de ongezuurde broden, Feest van de eerstelingen en Wekenfeest – heeft plaatsgevonden met de eerste komst van de Messias. De vraag is nu of we vanuit de Bijbel kunnen stellen dat de vervulling van de drie najaarsfeesten – Dag van de bazuin, Grote verzoendag en Loofhuttenfeest – in de eindtijd zal plaatsvinden. Veel Bijbeluitleggers geven dat aan, maar is er daarvoor voldoende basis?

Herdenking van de Uittocht

De instelling van het Pesachfeest vinden we in Ex. 12. Doel van het feest is het herdenken van de bevrijding uit Egypte door het eten van het Paaslam, de bittere kruiden en de ongezuurde broden. Op Gods bevel werd de maand waarin dit feest gevierd wordt (Abib of Nisan) de eerste maand van de religieuze kalender. Op de 10de Nisan werd het paaslam een gaaf eenjarig lam uitgezocht en apart gezet. Op de 14de Nisan werd het dier geslacht en opgegeten.

Nauw verbonden met het Pesach is het Feest van de ongezuurde broden. Gedurende 7 dagen, van de 15de tot de 21ste Nisan, werden ongezuurde broden gegeten. Vooraf werd ieder stuk zuurdeeg uit de huizen verwijderd. Dit moest volgens de Rabbijnse traditie gereed zijn voordat het Paaslam werd geslacht. Op de eerste en de zevende dag van dit feest mocht er geen arbeid verricht worden.

Tijdens het Wekenfeest werd in het latere Jodendom niet alleen het einde van de tarweoogst maar ook de wetgeving op de Sinaï herdacht. Vermoedelijk was dit al het geval in de eerste eeuw n.Chr.

Op de 15de dag van de 7de maand Tisri werd het Loofhuttenfeest gevierd tot de 22ste dag van de maand. De eerste en achtste dag van het feest waren rustdagen waarop niet gewerkt mag worden. Tijdens dit feest werd Gods zorg voor het volk Israël tijdens de tocht door de woestijn herdacht. Om die reden woonden de Israëlieten tijdens dit feest in tijdelijke hutten gemaakt van takken van loofbomen. De achtste dag heeft een bijzonder karakter, waar de achtergrond niet geheel duidelijk van is (Lev. 23; Num. 29).

De landbouwfeesten                                                     

Het volk Israël had een sterk agrarisch bestaan. Het valt op dat God reeds aan Mozes de feesten die verbonden waren met de Uittocht uit Egypte heeft verbonden met feesten die gerelateerd waren aan de oogst. We lezen dit eveneens in Lev. 23.

Het eerste oogstfeest is verbonden met de gersteoogst. Dit feest wordt het Feest van de eerstelingen genoemd. De eerste garve moest bij de priester gebracht worden als offer. Dit feest viel in de periode van het Feest van de ongezuurde broden. Dit offer, samen met andere offers, moest worden gebracht op de dag na de Sabbat. Er is onduidelijkheid over de precieze uitleg. Als de wekelijkse sabbat is bedoeld, dan moest het offer dus op een zondag worden gebracht. Maar men kan bij de sabbat ook denken aan de eerste dag van het Feest van de ongezuurde broden op de 15de Nisan, dat ook een sabbat (rustdag) was ongeacht de dag van de week. Beide interpretaties kwamen in het Jodendom voor. De Farizeeën hanteerden als datum de 16de Nisan, de dag na het Feest van de ongezuurde broden. De Sadduceeën namen echter de zondag erna. Op dit moment volgen vrijwel alle Joden de Farizeese traditie. Een deel van de Messiasbelijdende Joden volgt echter de Sadduceese traditie omdat dan het Feest van de eerstelingen altijd op zondag valt, de dag van de opstanding van Jezus Christus.

Zeven weken na het Feest van de eerstelingen werd het einde van de tarweoogst gevierd op het Wekenfeest. De datum van dit feest varieerde net als de datum van het Feest van de eerstelingen. De Farizeeën vierden dit altijd op de 6de Sivan (7 weken na de 16de Nisan), bij de Sadduceeën varieerde de datum maar valt het altijd op een zondag.

Het Loofhuttenfeest was niet alleen een herdenken van de woestijntocht, maar ook het feest waarmee de laatste oogst van de grond en de veldvruchten (olijven, druiven) werd gevierd.

Verootmoediging

De eerste dag van de zevende maand Tisri werd eveneens volgens Lev. 23 als een bijzondere dag gevierd. Deze dag werd als rustdag in acht genomen. Deze dag werd aangekondigd door het geschal van de ramshoorn of bazuin, en daarom wordt dit feest ook wel de Dag van de bazuin genoemd.

Sinds de 2de eeuw is deze dag gebruikt als (burgerlijk) nieuwjaarsdag, naast het religieuze nieuwjaar in de maand Nisan.

Op de 10de Tisri werd de Grote verzoendag gevierd. Dit feest staat uitgebreid beschreven in Lev. 16. Het is een dag van verootmoediging waarop niet gewerkt werd. Centraal staat de verzoening van de ongerechtigheden van het volk.

Feesten van de opgang 

Er zijn drie feesten die niet gevierd mochten worden in de woonplaats van de Joden, maar waarvoor alle Joden van het mannelijk geslacht naar Jeruzalem moesten trekken om daar het feest te vieren. Dat waren het Feest van de ongezuurde broden (terwijl ook het Pesachlam in Jeruzalem moest worden geslacht), het Wekenfeest en het Loofhuttenfeest. Deze feesten worden dan ook wel de ‘feesten van de opgang’ of de ‘pelgrimsfeesten’ genoemd. We vinden de regels in Deut. 16. Na het slachten van het Pesachlam mocht men de andere ochtend weer terugkeren naar huis. Het Wekenfeest duurde maar een dag maar voor het Loofhuttenfeest moest men 7 dagen in Jeruzalem verblijven.

Latere feesten

Later zijn er nog twee feesten aan de kalender toegevoegd. Het eerste feest is het Purimfeest. De oorsprong wordt beschreven in het boek Ester. Het andere feest is Chanoeka, waarin de herovering van de tempel in 164 v.Chr. wordt gevierd. Deze twee feesten worden in dit artikel niet verder besproken.

Vervulling 

De Joden uit de periode vóór Jezus hebben slechts een zeer beperkt begrip gehad van de betekenis van de feestdagen met het oog op de komst van de Messias. Vanuit het Nieuwe Testament wordt duidelijk dat door de komst van Jezus Christus een aantal feesten een vervulling hebben gekregen.

De kruisiging en opstanding plaats hebben gevonden tijdens Pesach, het Feest van de ongezuurde broden en het Feest van de eerstelingen. Uit het Nieuwe Testament leren we duidelijk dat de Messias het Lam is dat voor ons is geslacht, en dat Pesach daar een beeld van was (1 Kor. 5:7). En Jezus is als eersteling opgestaan uit de dood (1 Kor. 15:20-23). Daarmee zijn deze feesten door Jezus Christus vervuld. De uitstorting van de Heilige Geest heeft plaatsgevonden tijdens het Wekenfeest, waarmee ook dit feest een aanvullende betekenis gekregen heeft.

Groot is de verleiding om de vervulling van de najaarsfeesten te zien in de eindtijd. De voorjaarsfeesten zijn dan vervuld tijdens de eerste komst van Jezus Christus, de najaarsfeesten zullen worden vervuld tijdens de tweede komst van Jezus Christus. Deze gedachte wordt nog versterkt omdat de profeet Zacharia duidelijk het Loofhuttenfeest gebruikt als beeld voor de eindtijd (Zach. 14). En is het niet zo dat in verband met de wederkomst het Nieuwe Testament spreekt over bazuinen die zullen klinken?

De vraag is echter of dit klopt. Inderdaad verwijst Zacharia naar het Loofhuttenfeest, maar er is geen duidelijke verwijzing naar de andere najaarsfeesten in relatie met de eindtijd. En weliswaar is er sprake van bazuinen bij de wederkomst, dit hoeft niet noodzakelijkerwijs te verwijzen naar de Dag van de bazuin, omdat ook bij andere gelegenheden de bazuin werd geblazen.

De drie najaarsfeesten

Het eerste najaarsfeest is de Dag van de bazuin. Het opmerkelijke is dat er geen duidelijke reden voor het instellen van deze feestdag wordt genoemd. In de praktijk is het altijd een dag van verootmoediging geweest in de aanloop naar de Grote verzoendag. Ook het instrument waarop geblazen moest worden wordt niet voorgeschreven. In de praktijk werd een ramshoorn, een sjofar, gebruikt. De reden hiervoor is vermoedelijk dat de verplichting voor het blazen van het instrument voor iedereen gold. Een ramshoorn was algemeen beschikbaar, een trompet slechts voor weinigen. De trompet was een instrument dat tot de uitrusting van de tempeldienst behoorde en geblazen werd bij de vaste feestdagen (Num. 10:1-10). We komen bij de profeten diverse malen het blazen van de sjofar in combinatie met verootmoediging tegen (Jes. 58:1; Joël 2:15). De sjofar is ook een teken van een troonsbestijging. Zo werd de sjofar geblazen bij de troonsbestijging van Salomo (1 Kon. 1:39). Maar het is ook een teken van Gods troonbestijging (Ps. 47:6, Ps. 98:6). Dit laatste is niet in tegenspraak met het beeld van de verootmoediging. Integendeel, juist vanuit de erkenning dat God onze koning is komt de verootmoediging voor datgene wat we misdreven hebben tegenover deze Koning. Voor het onderwerp van dit artikel is het van belang om te vermelden dat elke eerste dag van de maand, dat wil zeggen elke nieuwemaan, de sjofar werd geblazen. Ook werden er offers gebracht, maar het was geen sabbat (geen dag vrijgesteld van arbeid). De zevende keer dat de nieuwe maan werd gevierd, was het dus wel een bijzondere sabbat.

In het Nieuwe Testament wordt een aantal maal de wederkomst verbonden met het klinken van de bazuin. Het gaat om de volgende teksten:

Mt. 24:31 Dan zal hij zijn engelen uitzenden, en onder luid bazuingeschal zullen zij zijn uitverkorenen uit de vier windstreken bijeenbrengen, van het ene uiteinde van de hemelkoepel tot het andere.

1 Kor. 15:51-52 Ik zal u een geheim onthullen: wij zullen niet allemaal eerst sterven – toch zullen wij allemaal veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, wanneer de bazuin het einde inluidt. Wanneer de bazuin weerklinkt, zullen de doden worden opgewekt met een onvergankelijk lichaam en zullen ook wij veranderen.

1 Thess. 4:15-17 Wij zeggen u met een woord van de Heer: wij, die in leven blijven tot de komst van de Heer, zullen de doden in geen geval voorgaan. Wanneer het signaal gegeven wordt, de aartsengel zijn stem verheft en de bazuin van God weerklinkt, zal de Heer zelf uit de hemel neerdalen. Dan zullen eerst de doden die Christus toebehoren opstaan, en daarna zullen wij, die nog in leven zijn, samen met hen op de wolken worden weggevoerd en gaan we in de lucht de Heer tegemoet. Dan zullen we altijd bij hem zijn.

Het is echter de vraag of bij deze teksten gedacht moet worden aan de Dag van de bazuin. Ook de Grote verzoendag ging gepaard met bazuingeschal, terwijl niet uitgesloten kan worden dat in deze teksten helemaal niet gedacht moet worden aan een Joods feest, maar dat een meer algemene betekenis van het blazen van de bazuin wordt bedoeld. Denk aan het feit dat de ramshoorn ook bij tal van andere gewijde plechtigheden en bij de oorlog werd gebruikt. Voor de volledigheid moet vermeld worden dat het Griekse woord dat in onze vertalingen wordt weergegeven met bazuin zowel een trompet als een ramshoorn kan zijn. In bovenstaande teksten gaat men er wel van uit dat de ramshoorn wordt bedoeld.

Het middelste gedeelte van de brief aan de Hebreeën, Hebr. 4:14 – 10:18, is helemaal gewijd aan de beschrijving van het werk van Christus, waarbij de oudtestamentische offerdienst een grote rol speelt. We vinden hier een beschrijving van het werk van Jezus Christus dat duidelijk verwijst naar de Grote verzoendag. Jezus wordt beschreven als een hogepriester die de hemel is doorgegaan, zoals de hogepriester uit het Oude Testament het Heilige der heilige doorging. Door Zichzelf eens en voor altijd op te offeren heeft Hij ervoor gezorgd dat de weg naar de troon van Gods genade altijd openligt. Jezus was niet van de orde van Aäron, maar van de orde van Melchisedek. Dat wil zeggen: Hij was koning én hogepriester. En, stelt de schrijver, een nieuwe orde betekent ook een nieuwe wet. De oude wet heeft afgedaan. De offers van het oude verbond konden de zonden niet werkelijk wegnemen, maar in het nieuwe verbond belooft God vergeving van zonden door het bloed van Jezus Christus.

Er zijn twee duidelijke verwijzingen naar het Loofhuttenfeest in de Evangeliën.

In Joh. 7 lezen we dat Jezus tijdens het Loofhuttenfeest in Jeruzalem is. En dan lezen we:

Joh. 7:37-39 Op de laatste dag, het hoogtepunt van het feest, stond Jezus in de tempel, en hij riep: ‘Laat wie dorst heeft bij mij komen en drinken! “Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in mij gelooft,” zo zegt de Schrift.’ Hiermee doelde hij op de Geest die zij die in hem geloofden zouden ontvangen; de Geest was er namelijk nog niet, want Jezus was nog niet tot Gods majesteit verheven.

Tijdens het Loofhuttenfeest werd er water uit de vijver Siloam gehaald en naar de tempel gebracht, waar het bij het brandofferaltaar werd uitgegoten. Dit was een beeld van de Heilige Geest en het is duidelijk dat Jezus hierbij aansluit.

Het tweede moment dat er een verwijzing naar het Loofhuttenfeest wordt gemaakt is tijdens de intocht in Jeruzalem (Matt. 21). Als Jezus op een ezel naar Jeruzalem gaat dan zien de mensen hier een verwijzing in naar Zach. 9 waar over de Messias wordt geprofeteerd dat hij als koning rijdend op een ezel Jeruzalem zal binnentrekken. De mensen aan de kant gaan in hun gedachten dan direct naar het einde van deze profetie (Zach. 14), waar gesproken wordt over de heilstijd in een beeld van de volkeren die samen met de Israëlieten het Loofhuttenfeest van jaar tot jaar zullen vieren. Daarom gaan ze met takken van loofbomen zwaaien en citeren ze luidkeels Psalm 118, de Psalm die o.a. met het Loofhuttenfeest werd gezongen. Wat de mensen echter vergeten is dat de Messias eerst gedood zal worden, zoals aangegeven in Zach. 11-13. Als Jezus terugkomt, dan zal het beeld van het Loofhuttenfeest vervuld worden, zoals Jezus zegt:

Matt. 23:39 Ik verzeker jullie: vanaf nu zullen jullie mij niet meer zien, tot de tijd dat je zult zeggen: “Gezegend hij die komt in de naam van de Heer!”’

Hier sluit Jezus duidelijk aan bij het gebeuren eerder bij de intocht in Jeruzalem. Toen verwachtten de mensen dat de belofte van Het Loofhuttenfeest in vervulling zou gaan, maar Jezus maakt duidelijk dat als Hij terugkomt deze profetie zal worden vervuld.

De Joodse feesten en de Openbaring aan Johannes 

Het is zeer wel mogelijk dat de Joodse feesten een rol spelen in de opbouw van de Openbaring aan Johannes.

Aan het begin van het boek wordt nadrukkelijk gesproken over het Lam dat geslacht is. Het is dit Lam dat waardig is de zeven zegels van het boek te openen, waardoor de geschiedenis zich ontvouwt. Dit beeld is duidelijk verbonden met de betekenis van het Pesachfeest.

Tijdens het Wekenfeest werd de Verbondssluiting op de Sinaï herdacht. We lezen in Ex. 20 hoe tijdens het uitspreken van de Tien Geboden door God er tekenen waren in de vorm van donderslagen, lichtflitsen, vuur, het schallen van de ramshoorn en rook:

Ex. 20:18 Heel het volk was getuige van de donderslagen en lichtflitsen, het schallen van de ramshoorn en de rook die uit de berg kwam. Bij die aanblik deinsden ze achteruit, en ze bleven op grote afstand staan.

Deut. 5:22 De HEER heeft deze woorden – deze, en niet meer – tot u gesproken toen u daar bijeen was. Met een geweldig stemgeluid kondigde hij op de berg zijn geboden af, vanuit vuur en dreigende, donkere wolken, en hij schreef ze op twee stenen platen en gaf die aan mij.

Vergelijkbare tekenen zien we na het zevende zegel, na de zevende bazuin, en na de zevende schaal:

Openb. 8:5 Toen nam de engel de wierookschaal, vulde hem met vuur van het altaar en wierp dat op de aarde. Er volgden donderslagen, groot geraas, bliksemschichten en een aardbeving.

Openb. 11:19 Toen ging Gods tempel in de hemel open en verscheen daar de ark van het verbond. Er volgden bliksemschichten, groot geraas, donderslagen, een aardbeving en zware hagel.

Openb. 16:18 Er volgden bliksemschichten en groot geraas en donderslagen. Er kwam een zware aardbeving, zo zwaar als nog niet was voorgekomen sinds er mensen op aarde waren; verschrikkelijk was die aardbeving.

Nadat het Lam de zeven zegels geopend heeft wordt er tot zeven keer toe op de bazuin geblazen. Opvallend is dat bij het blazen van de zevende bazuin er stemmen uit de hemel gehoord worden die de heerschappij van God over de wereld erkennen:

Openb. 11:15 Toen blies de zevende engel op zijn bazuin. In de hemel klonken luide stemmen, die zeiden: ‘Nu begint de heerschappij van onze Heer over de wereld, en die van zijn Messias.  Hij zal heersen tot in eeuwigheid.’

Vervolgens aanbidden de 24 oudsten Hem met de woorden:

Openb. 11:16-17 De vierentwintig oudsten op hun tronen bij God wierpen zich neer en aanbaden God met de woorden: ‘Wij danken u, Heer, onze God, Almachtige, die is en die was, want in uw grote macht neemt u nu het koningschap op u.

Dit past goed bij de Dag van de bazuin. De Dag van de bazuin is een oproep tot verootmoediging in aanloop naar de Grote Verzoendag. Op deze dag wordt duidelijk dat alleen doordat God verzoening over onze zonden wil doen, wij genade bij Hem zullen vinden. Allen die die genade niet zoeken zullen worden veroordeeld. Daarmee is de Grote verzoendag ook een dag geworden waarop duidelijk wordt wie geloven in God en wie vijanden van Hem zijn. De nadruk ligt gewoonlijk op de verzoening die er is voor het volk van God. Maar nu in de Openbaring aan Johannes ligt de nadruk op de andere kant van de medaille, het oordeel over de vijanden. De 24 oudsten erkennen dit:

Openb. 11:18 De volken raasden in woede, maar nu laat u uw woede razen. De tijd is gekomen om een oordeel te vellen over de doden; en om uw dienaren, de profeten, te belonen, evenals de heiligen en degenen die, jong en oud, ontzag hebben voor uw naam; en ook om hen die de aarde vernietigen nu zelf te vernietigen.’

Vervolgens lezen we dat Gods tempel in de hemel open gaat en de ark van het verbond zichtbaar wordt. Eerder werd er in de Openbaring aan Johannes al melding gemaakt van het brandofferaltaar dat buiten de tempel stond, en het gouden altaar in het Heilige, maar nu zien we het Heilige der heilige. Een duidelijke verwijzing naar de grote verzoendag. Dit was het enige moment waarop de Hogepriester de ruimte mocht betreden waar de Ark van het verbond stond, het Heilige der heilige.

Na een dubbelle intermezzo over de vrouw en de draak en over het feest uit de aarde en het feest uit de zee zien we het Lam op de Sion staan (Openb. 14). Een engel kondigt dan het oordeel aan en dit wordt vervolgens uitgebeeld als een oogst van druiven die in de perskuip worden getreden. Een toepasselijk beeld in relatie met het Loofhuttenfeest!

Reeds eerder, in Openb. 7, ziet Johannes in een blijk vooruit een grote schare mensen in het wit gekleed:

Openb. 7:9 Hierna zag ik dit: een onafzienbare menigte, die niet te tellen was, uit alle landen en volken, van elke stam en taal. In het wit gekleed en met palmtakken in hun hand stonden ze voor de troon en voor het lam.

De palmtakken die deze mensen dragen wijzen duidelijk naar het Loofhuttenfeest. Als toelichting wordt gezegd dat deze mensen uit de Grote Verdrukking komen. De Grote Verdrukking wordt beschreven bij de 5de, 6de en 7de bazuin. Ook hier zien we dus dat na de zevende bazuin het Loofhuttenfeest gevierd wordt.

Er is mogelijk nog een andere parallel. Lev. 16 vermeldt voor de Grote verzoendag een opmerkelijke ceremonie met twee bokken. Door het lot moest bepaald worden welke bok voor de Heer is en welke bok voor Azazel. De bok voor de Heer werd als reinigingsoffer opgedragen. Nadat Aäron symbolisch de zonden van het volk op de andere bok heeft gelegd moet hij deze bok de woestijn in laten sturen. Er is veel onduidelijkheid over de betekenis van het woord ‘Azazel’. De bedoeling van het ritueel is echter duidelijk. Symbolisch worden de zonden van het volk op de bok gelegd, waarna de bok de woestijn in gebracht wordt om daar te sterven.

Nu is er een Joodse traditie die we vinden in 1 Enoch. Deze geschiedenis is gebaseerd op een vrij raadselachtige tekst uit Genesis:

Gen 6:1-4 Zo kwamen er steeds meer mensen op aarde, en zij kregen dochters. De zonen van de goden zagen hoe mooi de dochters van de mensen waren, en ze kozen uit hen de vrouwen die ze maar wilden. Toen dacht de HEER: Mijn levensgeest mag niet voor altijd in de mens blijven, hij is immers niets dan vlees; hij mag niet langer dan honderdtwintig jaar leven. In die tijd en ook daarna nog, zolang de zonen van de goden gemeenschap hadden met de dochters van de mensen en kinderen bij hen kregen, leefden de giganten op aarde. Dat zijn de befaamde helden uit het verre verleden.

Op deze tekst is een legende gebaseerd die we wel de ‘mythe van de reuzen noemen’ en die we o.a. tegenkomen in het boek 1 Enoch. In de Appendix aan het einde van dit artikel is de betreffende passage in Nederlandse vertaling weergegeven. De ‘mythe van de reuzen’ vermeldt dat afgevallen engelen, waaronder Azazel, gemeenschap hebben met vrouwen op de aarde, en dat daar reuzen uit voortkomen. Deze reuzen aten alle opbrengst van de aarde op, terwijl de afgevallen engelen de mensen onderwezen in allerlei slechte dingen. Op voorspraak van de engelen grijpt God in. Hij grijpt Azazel en de andere afgevallen engelen, bindt ze en sluit hen op in een put totdat ze daar weer uitgehaald zullen worden om veroordeeld te worden tot het vuur. De nakomelingen, de bastaards, werden vernietigd. Noach werd gewaarschuwd voor de zondvloed die zou komen om de aarde te vernietigen, zodat hij kan ontsnappen aan het oordeel.

De overeenkomsten met zowel het ritueel van de zondebok uit Lev. 16 als met het visioen uit Openb. 20 - waarin de satan in een put wordt geworpen tijdens het duizendjarige rijk aan daarna er weer uit gehaald te worden en in het vuur te worden geworpen – zijn opvallend.

Er zijn ook parallellen te vinden in de Openbaring aan Johannes met het Loofhuttenfeest. Daarvoor is het goed om te weten dat in de Joodse traditie dit feest verbonden was met een lichtceremonie en een waterceremonie. In de voorhof voor vrouwen werden tijdens het Loofhuttenfeest hoge gouden kandelaars geplaatst. Deze kandelaars bevatten olie met drijvende pitten. Als de pitten werden aangestoken werden de hele binnenplaats van de tempel verlicht. Daarnaast was er een andere ceremonie waar water een grote rol speelde. Een priester vulde een gouden kruik met water in de vijver van Siloam en bracht dit door de Waterpoort naar de tempel. Daar werd het water uitgegoten in een zilveren bak bij het brandofferaltaar. In een tweede bak werd het wijnoffer gegoten. Hiermee werd zichtbaar gemaakt dat het Loofhuttenfeest ook een bede om regen is, die gewoonlijk kort na dit feest kwam en nodig was voor een goede oogst in het nieuwe jaar. Maar meer nog werd dit door de Joden gezien als een beeld van het werk van de Heilige Geest. De Joodse traditie koppelde het feit dat er 70 stieren in het geheel worden geofferd tijdens het feest aan de verkondiging van het evangelie aan de 70 vreemde volkeren. Volgens de het klassieke Joodse denken omvat de wereld 70 heidense volken.

De Openbaring aan Johannes blijkt zich sterk te baseren op de profetie uit Zach. 14. Dit hoofdstuk spreekt over een keer in het lot van Jeruzalem. God zal koning worden over de hele aarde. Uit Jeruzalem zal een zuiver water ontspringen en Hij zal afrekenen met de vijanden van Zijn volk. En alleen degenen die Hem erkennen en samen met Zijn volk het Loofhuttenfeest vieren zullen gezegend worden door de regen. Het gaat om de volgende verzen:

Zach. 14:16-19 De overlevenden van de volken die Jeruzalem hebben belaagd, zullen dan jaarlijks naar de stad komen om de HEER van de hemelse machten als koning te vereren en het Loofhuttenfeest te vieren. En is er op aarde een volk dat niet naar Jeruzalem komt om de HEER van de hemelse machten als koning te vereren, dan zal er in dat land geen regen vallen. Ook Egypte zal, wanneer zijn volk niet naar Jeruzalem komt, stellig worden getroffen door deze plaag, waarmee de HEER de volken straft die het Loofhuttenfeest niet komen vieren. Dat zal de straf zijn voor Egypte en de andere volken die niet deelnemen aan het Loofhuttenfeest.

Verschillende elementen van het Loofhuttenfeest komen terug als Johannes het nieuwe Jeruzalem beschrijft. Dan kan opnieuw met name gedacht worden aan de elementen licht en water:

Openb. 21:23-24 De stad heeft het licht van de zon en de maan niet nodig: over haar schijnt Gods luister, en het lam is haar licht. De volken zullen in haar licht leven en de koningen op aarde betuigen daar hun lof.

Openb. 22:1-2 Hij liet me een rivier zien met water dat leven geeft. De rivier was helder als kristal en ontsprong aan de troon van God en van het lam. In het midden van het plein van de stad en aan weerskanten van de rivier stond een levensboom, die twaalf vruchten gaf, elke maand zijn eigen vrucht. De bladeren van de boom brachten de volken genezing.

Openb. 22:5 Het zal er geen nacht meer zijn en het licht van een lamp of het licht van de zon hebben ze niet nodig, want God, de Heer, zal hun licht zijn. En zij zullen als koningen heersen tot in eeuwigheid.

Bij de beschrijving van de rivier speelt uiteraard ook Ez. 47 een grote rol.

De Uittocht en de Openbaring aan Johannes

De Joodse feesten volgen niet alleen patroon van de oogsten maar ook patroon van Uittocht. In de Openbaring aan Johannes worden tal van elementen uit de Uittocht verwerkt. De overwinnaars van het beest, zijn beeld en het getal van zijn naam hadden overwonnen zingen het lied van Mozes en het Lam (Openb. 15). Hierbij kunnen we denken zowel aan het lied van Mozes bij de Rietzee (Ex. 15) als het lied aan het einde van Mozes’ leven (Deut. 32). Vervolgens stort God zijn zeven schalen vol gramschap over de aarde. De plagen die hierbij optreden lijken sterk op de plagen die Egypte getroffen hebben (zweren, water wordt bloed, duisternis, hagelstenen). Aan het begin van het boek zien we Jezus als Lam staan, aan het einde is het God Zelf Die bij ons zal wonen in het nieuwe Jeruzalem.

Worden de najaarsfeesten in de eindtijd vervuld? 

De feesten uit de Thora hadden diverse doelen.

Door hun relatie met de landbouwkalender werd men zich ervan bewust dat het God is die de oogst geeft en dat Zijn zegen nodig is voor een goede opbrengst. De drie oogstfeesten zijn dan ook bedoeld als uiting van dankbaarheid en bede om zegen over het nieuwe seizoen.

Daarnaast werd door de offerdienst duidelijk dat er zonder bloedstorting er geen vergeving is. Daarom werden er alle dagen offers in de tempel gebracht, en waren er daarnaast extra offers op de sabbat, op de nieuwemaan en op de jaarlijkse feesten. Het hoogtepunt van deze offerdienst was de Grote verzoendag. Het Nieuwe Testament leert duidelijk dat deze offers zijn vervuld door het bloed van Jezus Christus. Niet alleen de offers van de Hogepriester op de Grote verzoendag, maar alle offers.

In de derde plaats werd het volk voortdurend herinnerd aan Gods grote daden tijdens de Uittocht uit Egypte. Doel is echter niet alleen om terug te kijken, maar ook om vooruit te kijken. De Uittocht is beeld van het leven dat God met een gelovige individueel en met Israël – en daarbij inbegrepen de volkeren – wil leiden. Zo volgen de feesten de geschiedenis van Uittocht (Pesach), via wetgeving op de Sinaï (Wekenfeest) naar het einde van de woestijnreis als tijdens het Loofhuttenfeest teruggeblikt wordt op Gods zorg tijdens de reis. Maar tijdens het Loofhuttenfeest wordt ook vooruitgekeken naar wat God aan de gelovigen wil geven. In die zin gebruikt Zacharia het beeld van het Loofhuttenfeest om een eindtijd te beschrijven waarin gelovigen uit de volkeren samen met gelovigen uit Israël God zullen dienen.

Door de eerste komst van Jezus Christus krijgen de feesten een bijzondere vervulling. Tijdens het feest waarop herdacht werd dat God Zijn volk spaarde door het bloed van een lam, stierf Jezus voor onze zonden. En op de dag dat het volk de wetgeving op de Sinaï herdacht, stortte Hij de Heilige Geest uit. De tekenen van storm en vuur hierbij verwijzen nadrukkelijk naar de wetgeving ten tijde van Mozes. En het ligt voor-de-hand om nog een bijzondere vervulling te zien van het Loofhuttenfeest in de eindtijd.

Johannes volgt in zijn Openbaring hetzelfde patroon. Waarbij hij ook gebruik maakt van het beeld van de Dag van de bazuin en van de Grote verzoendag. Maar als we goed lezen dan volgt Johannes de feesten niet strikt chronologisch. Na afloop van zowel de zeven zegels, de zeven bazuinen als de zeven schalen zien we natuurfenomenen die doen denken aan de verbondssluiting op de Sinaï. Na afloop van de zeven bazuinen zingen de overwinnaars het lied van Mozes. En de rampen bij de zeven schalen verwijzen naar de plagen van Egypte. Het is duidelijk dat Johannes de geschiedenis van de Uittocht op de achtergrond van zijn profetie ziet, maar dat is meer in algemene termen dan dat hij chronologisch van Pesach naar Loofhuttenfeest de geschiedenis beschrijft. Dat is belangrijk om op te merken, want degenen die nog een vervulling van de najaarsfeesten verwachten gaan ervan uit dat er een chronologische volgorde zit in de volgorde waarin die feesten vervuld zijn en nog zullen worden.

Als we alle gegevens overzien dan lijkt het misschien een aantrekkelijke gedachte dat de voorjaarsfeesten reeds vervuld zijn, en de najaarsfeesten nog vervuld moeten worden, maar ontbreekt de Bijbelse basis voor deze gedachtegang. Het is niet mogelijk om te stellen dat de Dag van de bazuin en de Grote verzoendag nog niet vervuld zijn en nog vervuld moeten worden. Wel is het zo dat er nog een belofte uitstaat voor de vervulling van het Loofhuttenfeest, waar we naar mogen uitzien.

Bas Krins - juni 2016


 

APPENDIX  

Passage uit 1 Enoch in Nederlandse vertaling met de zgn. ‘mythe van de reuzen’.   

1 Enoch 6:1-8 En het gebeurde dat toen de mensenkinderen talrijk geworden waren, dat er aan hen in die dagen mooie en bevallige dochters geboren werden. En de engelen, de kinderen van de hemel, zagen hen, verlangden naar hen, en zeiden tegen elkaar: 'Kom, laat ons vrouwen kiezen vanuit de mensenkinderen en nageslacht bij hen verwekken'. En Semjeza, die hun leider was, zei tegen hen: 'Ik ben bang dat gij niet werkelijk met deze daad zult instemmen, en ik alleen de straf voor een grote zonde zal moeten dragen'. En zij allen antwoordden hem en zeiden: 'Laat ons allen met een eed zweren, en ons onder wederzijds toezicht allen aan elkaar binden om dit plan niet te verlaten, maar het uit te voeren'. Toen zwoeren zij gezamenlijk en verbonden zich eraan door er wederzijds op toe te zien. En het waren er allen tezamen een tweehonderd die in de dagen van Jered neerdaalden op de top van de berg Hermon, en zij noemden het de berg Hermon omdat zij gezworen hadden en zich eraan verbonden hadden door er wederzijds op toe te zien. En dit zijn de namen van hun leiders: Semjeza, hun leider, Areklba, Rameël, Kokablel, Tamlel, Ramlel, Danel, Ezekweël, Barekwijal, Azazel, Armaros, Baterel, Ananel, Zakwiël, Samzepeël, Saterel, Turel, Jomjael, Sariël. Dit zijn hun oversten van tien.  

1 Enoch 7:1-6 En alle anderen met hen namen zichzelf vrouwen, en ieder koos er een voor zich, en zij begonnen in hen te gaan en zich met hen te verontreinigen, en zij leerden hen tovernarij en banspreuken, en het insnijden van wortels, en maakten hen vertrouwd met kruiden. En zij werden zwanger, en zij baarden grote reuzen, wier grootte drieduizend(?) el was. Deze verorberden alles wat de mensen voortbrachten. En toen de mensen ze niet langer konden onderhouden, keerden de reuzen zich tegen hen en aten mensen op. En zij begonnen te zondigen tegen vogels, en dieren, en reptielen, en vissen, en eenieder de ander zijn vlees te eten, en het bloed te drinken. Daarna klaagde de aarde de wettelozen aan…  

1 Enoch 8:1-3 En Azazel leerde de mensen zwaarden te maken, en messen, en schilden, en borstplaten, en deed hen de metalen van de aarde kennen en de kunst om hen te bewerken, en armbanden en ornamenten, en het gebruik van antimoon, en het verfraaien van de oogleden, en allerlei soorten kostbare gesteenten, en elke kleurvloeistof. En er kwam veel goddeloosheid op, en zij gaven zich over aan verkrachtingen, en zij werden tot dwaling geleid, en werden verdorven in al hun wegen. Semjeza onderwees banspreuken en wortelinsnijdingen, Armaros het opheffen van banspreuken, Barakwijal (onderwees) astrologie, Kokabel de constellaties, Ezekweël de kennis van de wolken, Arakwiël de tekenen van de aarde, Samsiël de tekenen van de zon, en Sariël de baan van de maan. En naarmate de mensen wegkwijnden, schreeuwden zij het uit, en hun roep steeg op ten hemel...  

1 Enoch 9:1-11 En in die tijd keken Michaël, Uriël, Rafael, en Gabriël vanuit de hemel neer en zagen het vele bloed dat op de aarde vergoten werd. En zij zeiden tegen elkaar: 'De aarde die zonder bewoner gemaakt is schreeuwt het uit met de stem van hun hulpgeroep tot aan de hemelpoorten. En nu tot ulieden, gij heiligen van de hemel, de zielen van de mens doen hun beklag, zeggende: "Breng onze zaak voor de Allerhoogste"'. En zij zeiden tot de Heer der tijden: 'Heer der heren, God der goden, Koning der koningen, en God der tijden, de troon van Uw heerlijkheid (staat) tot in alle generaties der tijden, en Uw naam heilig en verheerlijkt en gezegend tot in alle tijden! U heeft alle dingen gemaakt, en macht over alle dingen heeft U; en alle dingen zijn naakt en open voor uw aangezicht, en U ziet alle dingen, en niets kan zich voor U verbergen. U ziet wat Azazel gedaan heeft, die elke onrechtvaardigheid op aarde onderwezen heeft en de eeuwige geheimen die (bewaard) werden in de hemel, die mensen nastreefden om te leren, en Semjeza, die U autoriteit gegeven hebt om het gezag te dragen over zijn metgezellen. En zij zijn naar de dochters van de mens op aarde gegaan, en hebben geslapen met de vrouwen, en hebben zich verontreinigd, en hen allerlei soorten zonden geopenbaard. En de vrouwen hebben reuzen gebaard, en de gehele aarde is daarop vervuld geraakt van bloed en onrechtvaardigheid. En zie, de zielen van degenen die gestorven zijn roepen en vragen om gehoor tot aan de hemelpoorten, en hun weeklachten zijn opgestegen, en kunnen niet ophouden vanwege de wetteloze daden die op aarde gedaan worden. En U weet alle dingen voordat ze gaan gebeuren, en U ziet deze dingen en U ondergaat het, en U zegt ons niet wat wij ten aanzien ervan moeten doen'.  

1 Enoch 10:1-22 Daarna zei de Allerhoogste, de Heilige en Verhevene sprak, en zond Uriël naar de zoon van Lamech, en zei tot hem: 'Ga naar Noach en zeg hem in mijn naam: "Verberg jezelf!" en openbaar hem het einde dat nadert, dat de gehele aarde vernietigd zal worden, en er een zondvloed gaat komen over de gehele aarde, die alles wat op aarde is zal vernietigen. En geef hem dan aanwijzingen, zodat hij kan ontkomen en zijn zaad gespaard mag blijven voor alle generaties van de wereld'. En wederom zei de Heer tot Rafael: 'Bind Azazel bij handen en voeten, en werp hem in de duisternis: en maak een opening in de woestijn, die in Dudael is, en werp hem daarin. En plaats boven hem ruige en scherpe rotsen, en bedek hem met duisternis, en laat hem daar voor alle tijden verblijven, en bedek zijn aangezicht, zodat hij het licht niet kan zien. En op de dag van het grote oordeel zal hij in het vuur geworpen worden. En genees de aarde die de engelen verdorven hebben, en verkondig de genezing van de aarde, opdat zij de pestilentie kunnen helen, en dat alle mensenkinderen niet zullen wegkwijnen door al de geheime dingen die de Wachters ontsluierd en aan hun zonen onderwezen hebben. En de gehele aarde is verdorven geworden door de werken die Azazel heeft onderwezen; schrijf hem alle zonde toe'. En tot Gabriël zei de Heer: 'Trek op tegen de bastaards en de verworpenen, en tegen de kinderen der verkrachting, en vernietig (de kinderen der verkrachting en) de kinderen van de Wachters vanuit het midden der mensen (en veroorzaak het dat zij weggaan); zend hen de een tegen de ander, zodat zij elkaar zullen vernietigen in de strijd, want zij zullen geen lengte van dagen hebben. En geen verzoek dat zij u zullen doen zal hun vaders terwille van hen toegestaan worden: want zij hopen een leven tot in tijden te hebben en dat elk van hen vijfhonderd jaar zal leven'. En de Heer zei tegen Michael: 'Ga, bind Semjeza en zijn metgezellen, die zich met vrouwen hebben verenigd, zodat zij zich met hen hebben bevlekt in al hun onreinheid. En wanneer hun zonen elkaar hebben afgeslacht, en zij de vernietiging van hun geliefden hebben gezien, bind hen dan vast voor zeventig generaties in de dalen der aarde, tot op de dag van hun oordeel en bestemming, totdat het oordeel dat voor alle tijden is wordt volbracht. In die dagen zullen ze naar de afgrond van vuur worden weggeleid: en naar de pijniging en de gevangenis waarin ze voor alle tijden opgesloten zullen worden. En wie dan ook veroordeeld en vernietigd zal worden zal van dan af aan tezamen met hen gebonden worden tot aan het einde van alle generaties. En vernietig al de geesten van de verworpene en de kinderen van de Wachters, omdat zij de mensheid slecht gemaakt hebben. Vernietig alle slechtheid van de oppervlakte der aarde en laat elk slecht werk tot een einde komen, en laat de inplanting van rechtvaardigheid en waarheid tevoorschijn komen, en het zal een zegen betekenen; de werken van rechtvaardigheid en waarheid zullen van dan af aan in waarheid en vreugde gezaaid worden. En dan zullen alle rechtvaardigen ontkomen, en zullen leven totdat ze duizenden kinderen hebben verwekt, en alle dagen van hun jeugd en hun ouderdom zullen zij in vrede voltooien. En dan zal de gehele aarde in rechtvaardigheid bebouwd worden, en zal geheel met bomen beplant worden en volledig gezegend zijn. En elk soort kostbare boom zal erop geplant worden, en zij zullen er wijngaarden op aanleggen; en de wijngaard die zij erop aanleggen zal wijn in overvloed voortbrengen, en wat betreft alle zaden die erop gezaaid worden, elke maat ervan zal er duizend dragen, en elke maat olijven zal tien persingen olie voortbrengen. En gij moet de aarde reinigen van alle verdrukking, en van alle onrechtvaardigheid, en van alle zonde, en van alle goddeloosheid; en alle onreinheid die er op aarde begaan is verwijder die van de aarde. En alle mensenkinderen zullen rechtvaardig worden, en alle naties zullen hun toewijding schenken en zullen Mij loven, en allen zullen Mij aanbidden. En de aarde zal gereinigd worden van al haar vervuiling, en van elke zonde, en elke bestraffing, en elke pijniging, en ik zal die er nooit meer tegen zenden, niet van generatie tot generatie noch tot in aller tijden.