Hoe oud was Jezus toen Hij stierf en weer uit de dood opstond?

In tal van artikelen, preken en meditaties kom je de opmerking tegen dat Jezus 33 jaar oud was toen Hij stierf. Soutanes (toga’s) van rooms-katholieke geestelijken hebben vaak 33 knopen als verwijzing naar het aantal jaren dat Jezus geleefd heeft. En als je in een groep christenen de vraag stelt op welke leeftijd Jezus stierf, dan hoor je ook vaak als antwoord: 33 jaar. Diezelfde mensen weten vaak dat men algemeen ervan uitgaat dat Jezus in het jaar 33 n.Chr. is overleden. En als je dan vervolgens de vraag stelt in welk jaar Jezus is geboren? De antwoorden zullen waarschijnlijk verschillen, maar de meeste christenen gaan ervan uit dat dat ergens rondom 8 – 6 v.Chr. moet zijn geweest, en eigenlijk weet iedereen dat Jezus niet in het jaar 0 is geboren maar eerder. Als je deze drie vragen – leeftijd, jaar van overlijden, geboortejaar - achter elkaar aan een groep christenen stelt dan merk je dat opeens het kwartje gaat vallen. De conclusie moet dus zijn dat Jezus geen 33 jaar oud was, maar ouder. Hoe zit dat dan?

Over de datum van de kruisiging van Jezus is men het in het algemeen eens. Die kunnen we dateren vanwege de grote nauwkeurigheid van Lucas bij de geschiedschrijving. Hij dateert het optreden van Johannes als volgt: ‘In het vijftiende jaar van de regering van keizer Tiberius, toen Pontius Pilatus stadhouder over Judea was, en Herodes viervorst over Galilea, en zijn broeder Filippus viervorst over Iturea en het land Trachonitis, en Lysanias viervorst over Abilene, onder de hogepriesters Annas en Kajafas, kwam het woord Gods tot Johannes, de zoon van Zacharias, in de woestijn’ (Luc. 3:1-2). Als we deze gegevens vergelijken met de Romeinse geschiedschrijving dan komen we uit op 28 of 29 n.Chr.
Vervolgens weten we dat in de Galilese periode van het optreden van Jezus tenminste twee Pascha-feesten vallen. Dus moet het optreden van Jezus minstens drie volle jaren geduurd hebben.
Het derde gegeven danken we aan het feit dat er twee verschillende kalenders werden gehanteerd. De Joden gebruikten een kalender die gebaseerd was op maanmaanden. Een maand begint en eindigt met nieuwe maan. Een jaar had 12 maanden, maar om toch in de pas te blijven lopen met de zonnecyclus werd er 7 maal in de 19 jaar een extra maand ingevoegd. De Romeinen gebruikten de maanden zoals wij die kennen, gebaseerd op de zonnecyclus en met maanden van verschillende lengte. Uit de lijdensgeschiedenis kunnen we opmaken dat het Pascha (de 15de Nisan volgens de Joodse kalender) op vrijdag viel in het jaar dat Jezus is gekruisigd. Dat is maar eens in de zoveel jaar het geval.
Leggen we alle gegevens naast elkaar dan levert dit als jaartal op: 33 n.Chr. Jezus is dan gestorven op 3 april. Voor zover ik kan nagaan is deze datum breed geaccepteerd. Soms kom je als alternatieve datum nog 7 april 30 n.Chr. tegen.

Lastiger wordt het om na te gaan op welke datum Jezus geboren is. Dat is niet het jaar 0 geweest. De Romeinen gebruikten een jaartelling die gebaseerd was op de stichting van Rome. Toen de invloed van het Romeinse Rijk afnam en het christendom steeds belangrijker werd wilde men een jaartelling hebben die gebaseerd was op de geboorte van Jezus. Deze werd in 525 n.Chr. door de monnik Dionysius Exiguus gemaakt. We weten dat hij daarbij een aantal fouten maakten.

Uit de geschiedschrijving van Lucas weten we dat Jezus is geboren tijdens de regering van Herodus de Grote. Die is overleden in het voorjaar van het jaar 4 v.Chr., dus Jezus is vóór het jaar 4 v.Chr. geboren. Pogingen om een meer nauwkeurige berekening te maken baseren zich op de vermelding van bijzondere sterren aan de hemel. Tegenwoordig is het relatief eenvoudig om een berekening te maken van de sterrenhemel op elke willekeurige datum op elke willekeurige plek op de aarde. Hoewel het niet mogelijk is om eenduidig de datum van de geboorte van Jezus te bepalen en er tal van verschillende datums door onderzoekers worden voorgesteld, zijn er twee berekeningen die de moeite van het overwegen waard zijn.

De eerste berekening gaat ervan uit dat de ster die de wijzen hebben gezien een extra heldere ster moet zijn geweest. Die bijzonder heldere ster die tot tweemaal toe gezien wordt door de wijzen moet een conjunctie geweest zijn. Tijdens een conjunctie staan twee planeten op één lijn met de aarde waardoor ze extra helder zijn. We weten dat er driemaal een conjunctie is geweest van Saturnus en Jupiter in het sterrenbeeld Vissen op 27 - 29 mei, 3 - 6 oktober, en 1 - 4 december van het jaar 7 v.Chr. Ook is er een conjunctie van Saturnus, Jupiter en Mars in het sterrenbeeld Vissen in februari 6 v.Chr. geweest. Een drievoudige conjunctie is zeldzaam (in periode van 600 v.Chr. tot 2000 n.Chr. is dit slechts 15 maal voorgekomen). Verder is bekend uit de Mesopotamische astrologie dat een conjunctie van Saturnus en Jupiter een astrologische betekenis heeft en dat het sterrenbeeld vissen voor Palestina staat. De geboorte van Jezus kan zijn geweest tijdens de tweede conjunctie. Toen kwam de conjunctie op in het oosten bij de ondergang van de zon. Dit moet voor de wijzen een teken van de geboorte geweest zijn. Zij vertrekken dan naar Jeruzalem. Als de wijzen bij Herodus geweest zijn verschijnt de derde conjunctie in het zuiden, in de richting van Bethlehem. De wijzen zouden dan twee maanden nodig hebben gehad voor hun reis. Dat klinkt plausibel.

Er is nog een geheel andere overweging. Er zijn geleerden die stellen dat Jezus omstreeks het Loofhuttenfeest geboren moet zijn. De redenering ziet er als volgt uit. Zacharia behoorde tot het priestergeslacht van Abia. Volgens 1 Kron. 24 was dit de 8ste van 24 stammen. Men deed om-de-beurt dienst, elke stam een halve maand, dus de stam Abia was aan de beurt in de vierde maand. Elisabeth werd in die maand zwanger.
Zes maanden later werd Maria zwanger. Dus werd Jezus geboren in de 7de maand van het volgende jaar, dat is omstreeks het Loofhuttenfeest. In 7 v.Chr. viel het Loofhuttenfeest van 8 tot 14 oktober. Dat komt redelijk overeen met de datum op basis van de tweede conjunctie.
Eerlijk gezegd is er wel wat af te dingen op deze redenering. Men gaat ervan uit dat Elisabeth vrijwel onmiddellijk na het verschijnen van de engel aan Zacharia zwanger is geworden. Dat is niet noodzakelijkerwijs het geval. En je kunt je afvragen of als Jezus inderdaad rondom het Loofhuttenfeest geboren zou zijn, we niet hierover een opmerking in de Evangeliën zouden kunnen verwachten. Wel kan dit (mede) verklaren waarom de herbergen in de omgeving van Jeruzalem vol waren. Tijdens de drie feesten van de opgang – Pesach, Wekenfeest, Loofhuttenfeest – trokken tal van Israëlieten naar Jeruzalem en zullen de overnachtingsgelegenheden vol geweest zijn. Omdat de meeste mensen bleven wonen op het land van hun voorouders is het moeilijk te begrijpen dat heel veel mensen moesten trekken voor de volkstelling.

Tot voor kort is bovenstaande berekening geaccepteerd als meest overtuigend. Totdat er een nieuw onderzoek verscheen. De astronoom Michael Molnar deed onderzoek naar de astrologie uit de periode rond het jaar nul (Michael R. Molnar, The star of Bethlehem, The legacy of the Magi). De aanleiding hiervoor was het feit dat deze geleerde bij wijze van hobby oude munten verzamelt, en er zo achter kwam dat het symbool voor Palestina het sterrenbeeld Ram was, en niet Vissen. Hij begon de bronnen te onderzoeken en kwam er zo achter dat het idee dat Vissen voor Palestina staat van Rabbi Isaac Abarbanel (1437-1508) komt. Er is geen aanwijzing dat dit ook in de oudheid zo was. Verder is er geen aanwijzing dat een drievoudige conjunctie een voorspelling van de geboorte van een koning was. Een tweevoudige conjunctie had bij de Babyloniërs inderdaad een betekenis, maar niet meer ten tijde van Herodus. Vervolgens heeft deze geleerde onderzoek gedaan naar de wijze waarop werd omgegaan met horoscopen. Op basis van horoscopen wijst de stand van de sterren op 17 april 6 v.Chr. op de geboorte van een koning in Palestina. Dan staat bij het rijzen van de zon de planeet Jupiter in het sterrenbeeld Ram. Hierop verwijst dan de opmerking in Matt. 2:2 ‘Want wij hebben Zijn ster in het Oosten gezien’. En de ster die de wijzen de weg wees naar het westen? Dat is een retrograde beweging van deze planeet geweest. Gewoonlijk gaan de sterren aan de hemel naar het oosten. Maar door een bepaald optisch effect gaan de planeten soms tijdelijk de verkeerde kant op. Dat wordt een retrograde beweging genoemd, en de planeet Jupiter maakte zo’n retrograde beweging van 30 augustus tot 19 december 6 v.Chr. Op het moment dat de retrograde beweging overgaat naar een normale beweging staat de ster even stil. Hiernaar verwijst Matt. 2:9 ‘Zij hoorden de koning aan en reisden weg; en zie, de ster, die zij hadden gezien in het Oosten, ging hun voor, totdat zij kwam en stond boven de plaats, waar het kind was’. Dit betekent dat de wijzen omstreeks 19 december 6 v.Chr. bij Jezus aankwamen. Tijdens een congres in 2015 in Groningen van geleerden uit verschillende disciplines werd deze interpretatie van Molnar beschouwd als de meest overtuigende berekening van de datum van de geboorte van Jezus. De waarschijnlijke datum voor de geboorte van Jezus is dus 17 april 6 v.Chr.
Deze uitleg verklaart waarom Herodus de bijzondere ster niet heeft opgemerkt. De ster op zich was niet bijzonder en het was ook geen extra heldere ster vanwege een conjunctie, maar het was een bijzondere stand van de sterren, een bijzondere horoscoop die alleen door astrologen kon worden geïnterpreteerd.
Opvallend is dat deze datum dicht bij de datum voor Pesach ligt. Dat jaar viel de 15de Nisan op 19 april.

Om de leeftijd van Jezus bij Zijn sterven en opstanding te kunnen berekenen moeten we nog even teruggaan naar de monnik Dionysius Exiguus. Hij liet het jaar +1 volgen op het jaar -1. Er was dus geen jaar 0. Hiermee moeten we rekening houden als we gaan rekenen. Als Jezus inderdaad geboren is op 17 april 6 v.Chr. en gekruisigd op 3 april 33 dan was Hij toen dus 37, bijna 38.


Bas Krins – maart 2016 / aangevuld mei 2018